Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
170
In elke boog die gefestonneerd is, worden ook dadelijk de
vetergaten gecordonneerd.
Is het eerste paar strooken af, dan kan men een tweede paar
zooals b.v. fig. 82 aangeeft, laten werken. Daarop late men b.v.
een eenvoudig bouquetje in Engelsch en Fransch borduursel
werken in den hoek van een zakdoek; terwijl aan elke onder-
wijzeres , naar we meenen, kan worden overgelaten daarna steeds
moeilijker patronen te kiezen.
Voor het knoopen behoeft men: eenig breikatoen no. 14;
eene knoopnaald;
een beenen knoop-pennetje;
eene knoopsehroef.
Hulpmiddelen: eene netnaald;
een zeer groot pennetje;
een kluwen touw of dikke wol.
De onderwijzeres verklaart eerst de verschillende handgrepen
en teekent den loop van den draad op het bord voor; daarna
doet ze de verschillende bewegingen voor en bespreekt ze mid-
delerwijl. Nadat het maken eener maas herhaaldelijk is voorge-
daan , beproeven de leerlingen het. Kunnen deze eerst eene maas
maken, dan laat men hen een 40 cM. langen draad samen-
knoopen en aan de schroef vaststeken. Om dezen draad worden
nu eerst 18 mazen gewerkt. Daarna knoopen ze 20 rijen, waarbij
telkens in de laatste maas eene gemeerderd wordt; dan volgen
20 rijen waarin niet gemeerderd wordt en hierna eveneens 20
rijen, waarbij telkens de laatste twee mazen worden te samen
gewerkt tot men weder 18 mazen in de rij heeft. Het werk
heeft nu den vorm van een achthoek en rondom dezen wordt
nu een toer geknoopt, welke moet dienen om er een band door
te halen. Men slaat bij 't werken van dezen toer telkens eene
maas over.
Op dezen toer volgt een tweede, waarbij men weder in alle
mazen werkt; vervolgens kan men een kantje laten knoopen,
door telkens in éene maas vijf mazen te laten werken, daarna
weder drie mazen over te slaan en dezen toer met een gewonen
toer over te werken.
Ook kan men een knooplatje nemen en dan in den len toer