Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
164
lagere school worden gemist; voor herhalingsklassen zouden we
het niet gaarne van het leerplan schrappen.
Als leermiddelen behoeft men hiervoor:
eene houten haaknaald, 30 cM. lang en 4 cM. in omtrek;
roode tooi, als bij 't breien.
Bij het onderwijs in het haken begint de onderwijzeres met
te wijzen, hoe de leerlingen de haaknaald in de rechterhand
moeten houden; daarna laat ze ieder kind van het garen eene
lis maken; zooals ze bij het breien hebben leeren doen. Ze
leert hun, hoe ze den draad om de hand moeten hebben. Ze
zegt b.v.: neem het korte eind draad, dat aan de lis hangt,
tusschen duim en wijsvinger der linkerhand; leg dan met de
Fig. 74. rechterhand het lange eind draad schuins over
het eerste en tweede lid van den wijs- en den
grooten vinger der linkerhand, onder den ring-
vinger door, om den kleinen vinger. Neem nu
de haaknaald en steek die van voren naar
achter door de lis, sla den draad om de naald
en haal die van achteren naar voren door de
lis. Nu hebt ge een kettingsteek gemaakt.
De namen der twee bewegingen: omslaan,
doorhalen worden nog eenige keeren ge-
noemd en door de kinderen nagezegd, waarna
deze ook die bewegingen beginnen uit te voe-
ren. Dit duurt zoo lang, tot ze een eind ket-
tingsteken hebben gemaakt. Nu wordt hun
gezegd, dat die kant van de kettingsteken,
welke op eene vlecht gelijkt, de rechte kant
is. Zie fig. 74. De kettingsteek mag niet grooter
zijn, dan de ruimte, welke noodig is om de
naald gemakkelijk door te laten.
Hebben de kinderen in 't maken van ketting-
steken eenige vaardigheid verkregen, dan kunnen ze beginnen
met vaste steken. De verschillende bewegingen, daartoe vereischt,
moeten worden voorgedaan en de namen dezer voorgezegd,
waarna ze allen in koor herhalen:
1. insteken, in een kettingsteek;