Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
160
wij laten, hier eene beschrijving volgen van eene, die ons her-
haaldelijk goede diensten heeft bewezen.
Breikatoen No. 16. Naalden 2° of éen nommer fijner of grover,
al naarmate het kind losser of stijver breit.
38 mazen opslaan; 3 recht, 3 averecht, geeft 12 blokjes
naast elkander, zoodat er 2 kantmazen overblijven. Dit getal is
dus gekozen, opdat de kinderen in de teruggaande toeren met
dezelfde soort mazen beginnen als in de heengaande; de blokjes
worden 4 toer hoog en dan verzet. Heeft men 3 rijen blokjes
boven elkander, dan moet er in de volgende 3 rijen blokjes bij
het begin en het einde van het toer in iedere blokjesrij éene
maas gemeerderd worden, en wel in het 2<i® heengaande toer.
Als er gemeerderd of geminderd moet worden, moet dit natuurlijk
altoos aan den rechten kant van het werk plaats hebben; en
daarom lieten wij het steeds in het 2'^® heengaande toer doen,
omdat in het 1® ook reeds op het verzetten van het werk moest
worden gelet. Men heeft nu 6 blokjes boven en 14 naast elkaar.
De volgende 3 rijen worden met een onveranderd getal mazen
gewerkt; dan volgen weder 3 als de 4'ï®, 5"i® en 6''®, en daarna
weder 3 met een onveranderd getal mazen.
Nu zijn er 15 blokjes in de hoogte en 16 in de breedte. Er
volgen nu nog 12 rijen blokjes waarin op dezelfde wijze wordt
geminderd als in de eerste 12 is gemeerderd. Dan laat men aan
weerszijden de kantmazen opnemen en de eerste en laatste maas
van den bol met de naastbijzijnde maas van de zijnaald samen-
breien. Men heeft op die zijnaalden de benoodigde mazen voor
18 blokjes en éene kantmaas. Er moet met een recht blokje
worden begonnen. De pas laat men 20 blokjes hoog werken,
dan rondom de muts 3 toer averecht, 3 toer recht, 3 toer
averecht; het middelste van de 3 toer recht wordt gewerkt:
3 recht, omslaan, minderen. In deze toeren moet men op de
hoeken nu en dan een paar mazen laten meerderen. De muts
wordt omgeven met een muizetandje.
Nu volge hier, zie ons leerplan, eene heerenmuts.
Breikatoen No. 12. Naalden 4".
168 mazen opslaan. Eerst 3 toer averecht, dan een streep-
patroon met holle mazen, b.v. 3 averecht, overhalen, 2 recht,