Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
159
weten hoe ze moeten doen. Ze moeten, groot geworden, moed
hebben de schaar te zetten in de stof, ook al is zij zeer kostbaar.
Daarna dienen ze van stof, die verwerkt zal worden, op na-
tuurlijke grootte zoovele voorwerpen te knippen, als met het
oog op den beschikbaren tijd mogelijk is.
Telkens, wanneer er iets geknipt zal worden, bespreke de
onderwijzeres vooral de daarvoor geldende regels met de leer-
lingen, tot ze zeker is, dat de kennis ervan het eigendom aller
leerlingen is geworden. Dan wordt het na te knippen voorwerp
in natura vertoond en worden de verschillende deelen aangewezen
en genoemd, terwijl de maat voor elk deel, alsmede de hoeveel-
heid benoodigde stof, een punt van bespreking uitmaken.
Is dit geschied, dan teekene de onderwijzeres het voorwerp,
zooals het geknipt moet worden — op verkleinde schaal — op
het zwarte bord. Daartoe worden eerst de lijnen geteekend, die
de lengte en de breedte der lap zullen voorstellen en binnen
die lijnen worden de verschillende uit te knippen deelen even-
eens door lijnen aangewezen. De aldus ontstane figuur wordt
door de kinderen op het papier nageteekend in de gegeven
verhoudingen, en daarna laat men de verschillende deelen
uitknippen, die nu, op dezelfde wijze als dat met de stof in
werkelijkheid dient te geschieden, met rijgsteken worden samen-
gevat.
't Is noodig, dat van elk voorwerp meerdere modellen worden
nageknipt, omdat het dwaas zou zijn te veronderstellen, dat
alle leerlingen, door eenmaal een voorwerp te knippen, de ver-
schillende getallen, die de afmetingen der onderscheidene deelen
aangeven, in 't hoofd zullen hebben en houden.
Om er zich van te overtuigen of de leerlingen werkelijk in
staat zijn het voorwerp, dat besproken is en waarvan eenige
modellen geknipt zijn, zonder hulp uit werkelijke stof te knip-
pen, late men hen de verschillende deelen en hunne lengte en
breedte noemen.
Voor naaien en knippen behoeven we, naar onze meening,
na het boven gezegde zeker niet meer aanwijzingen te geven.
Hebben we voor het S"!« leerjaar, wat het breien betreft, op-
gegeven het maken van eene vrouwenmuts met kwadraatpatronen ,