Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
De zucht tot weelde en opschik, die zich langzamerhand begon
te ontwikkelen, heeft de naainaald tot borduurnaald leeren ge-
bruiken ; want het borduren is immers eene variatie van 't naaien,
dat men bezigt, niet om de verschillende deelen der grondstof
bij elkander te houden, maar om het geheel te versieren.
Voor zoover men weet zijn de Babyloniërs het eerst begonnen,,
met hunne kleederen te versieren met borduurwerk; en zeker is
het, dat in de middeleeuwen menige jonkvrouw dag aan dag
ijverig werkte om voor een ter kruistocht trekkend ridder op
banier of sjerp met goud- en zilverdraad en de kleuren van zijn
adellijk geslacht het familiewapen te borduren; terwijl men toen
ook reeds in de kloosters de kerkelijke gewaden versierde met
het thans ook weder zoo geliefkoosde point lacé werk.
Bekwame onderwijzeressen , die door veeljarige ervaring geacht
mogen worden geheel op de hoogte van den eisch en den aard
der handwerken te zijn hebben, om den gang en het overzicht
van het geheel gemakkelijk te maken, de verschillende afdeelin-
gen gegroepeerd. Slechts in enkele opzichten zal ook onze
indeeling, berustende op de wijze van bewerking en op
den aard der grondstof, van de bekende afwijken.
1® groep. Werk waarbij men alleen garen noodig heeft
en waarbij men door het werken met draden een
voorwerp verkrijgt. Tot deze groep behooren:
breien, haken, knoopen , kralenwerk en frovilité.
2« groep. Hiertoe brengen we al het werk, waarvoor men
garen en nog eene tweede stof .ter ver-
werking behoeft. Zij omvat: het naaien, ver-
stellen , knippen van linnen- en katoenen klee-
dingstukken en tapisseriearbeid.
3® groep. Werken waarvoor men garen en eene reeds
bewerkte stof gebruikt, en waarbij 't doel is,
de stof te verfraaien of te verbeteren. Hiertoe
brengen we: merken, stoppen, mazen, wit- en
gekleurd borduurwerk, tamboureer-, soutache- en
applicatie-werk.