Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
157
ppoedig breekt en bovendien ook op den duur onzindeli_}k wordt.
Dan wordt het werk in de linkerhand genomen met den te
zoomen kant naar boven, den duim op de naar hen toegekeerde
en de vingers op de van hen afgekeerde zijde; de naald vatten
ze in het midden tusschen duim en wijsvinger der rechterhand,
met de punt naar links gericht. De onderwijzeres beschrijft hun
nu en wijst dit tevens op het raam aan, den loop der naald.
Zoodra ge — kan zij zeggen — de punt der naald in de stof
hebt gestoken, schuift ge haar met den middenvinger, waarom
de vingerhoed is, er door; onderwijl laat ge duim en wijsvinger
van de naald los om haar daarmede bij het uitgangspunt van
den steek weder aan te vatten en door te halen.
Nu laat men den draad aanhechten, hetwelk hier moet ge-
schieden door bij het maken van den eersten steek een eindje
van den draad te laten afhangen , een tweeden steek over den
eersten te doen en daarna het afhangende eindje draad met de
naald onder de zoomvouw te strijken. Hebben ze ongeveer
5 cM. genaaid dan wordt het werk op de naailat gespeld en
gaan ze geregeld verder, tot alle vier zijden zijn gezoomd.
Voor 't leeren naaien van verschillende naden late men nu
een naaidoek maken, maar zorge, dat deze niet te groot zij en
er niet meer aan gewerkt wordt dan hoog noodig is, daarbij
late men de naden in dezer voege uitvoeren: eerst het verbinden
van twee rechtdraadsche stofdeelen, dan van een rechtdraads
en een schuindraads stofdeel, daarna van twee schuindraadsche
stofdeelen. Wil men zich echter streng aan den regel houden,
dat het kind, in alles wat het doet, dadelijk iets nuttigs en
bruikbaars moet zien, dan kan men ook kleine voorwerpen
laten maken, b.v. kleine proviandzakjes; uit 34 cM. grof linnen
kunnen twee dezer worden vervaardigd. De leerling make aan
elk zakje een' rolnaad, onder een' zoom, dan een overhandschen
naad, boven weder een' zoom; bij den bovenzoom late men, op
den naad, een eind lint aanzetten, van 34 cM. lengte, om 't
voorwerp er mee te sluiten.
Bij 't maken van het zakje kan men in den naad een
split openlaten, waartegen lint wordt genaaid. De bovenzoom
vormt nu eene schuif. Ook dit werk late men met gekleurd