Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
IE!
154
Hebben de kinderen in 't maken van dien steek eenige be-
drevenheid verkregen, dan late men ze den deksteek maken,
jTjg. 70. die altoos van links naar
rechts over den ondersteek
moet vallen. Men teekene
daartoe voor dat de naald ,
die bij l 5 uitkomt, na den
ondersteek te hebben ge-
vormd , bij n 3 weder wordt
ingestoken, waardoor het
kruis ontstaat; zie b.v. fig.
70 van e 8 naar g 10, van
g 10 naar e 10, van daar
naar g 8 en van daar tot c 8.
Fig. 70 geeft mede aan,
hoe men eene loodrechte rij
ondersteken laat uitvoeren; terwijl de onderwijzeres daaruit tevens
kan aanwijzen, hoe eene loodrechte rij kruissteken kan ontstaan.
Ook is door dezelfde figuur nog aangewezen, hoe een hoek
gewerkt wordt.
Voorteekenen alleen achten we niet voldoende, men dient ook
voor te doen op het raam.
Men laat daarbij eerst zien, boe men bij het begin van achter
naar voren steekt; dan maakt de onderwijzeres langzaam den
len ondersteek en zegt daarbij, terwijl ze met de naald de be-
weging aanduidt: ik tel 2 draden naar beneden; nu 2 draden
naar rechts; ik steek in en kom 2 draden verder naar links
weer uit. Dit wordt nog eenige malen herhaald. Dan late men
enkele der leerlingen zeggen, wat de onderwijzeres heeft voor-
gezegd; of men vraagt b.v.: hoeveel draden heb ik naar be-
neden geteld ? Hoeveel naar rechts ? Hoeveel heb ik naar links
opgenomen ?
Vervolgens telt de onderwijzeres weer, zeer langzaam, terwijl
de leerlingen aan hun werk beginnen: 2 draden naar beneden;
2 draden naar rechts; 2 draden naar links opnemen. Zijn er op
die wijze eenige steken gelegd, dan moet men nazien, hoe de
leerlingen het werk hebben gemaakt. De steken, door de onder-