Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
139
METHODE.
Eene vraag van het allerhoogste belang is: hoe moeten de vr.
handw. worden onderwezen ? Als antwoord op die vraag verwijzen
we vooreerst naar bl. 15 en verv. waar we reeds eenig antwoord
gaven; toch komt het ons wenschelijk voor, meer in bijzonder-
heden te treden, vooral om daardoor ook onze meening te
zeggen, hoe men de resultaten kan verkrijgen, die men van
leerlingen tusschen 6 en 12 jaar mag verwachten.
't Is een verblijdend verschijnsel, dat in de nieuwe wet het
onderwijs in de nuttige handwerken voorkomt onder de ver-
plichte leervakken en tevens de fraaie niet geheel zijn
buitengesloten; immers: die kunnen onderwezen worden in
elke school waar meisjes onderwijs ontvangen. Dat verschijnsel
is verblijdend, omdat daardoor de zekerheid is geboren, dat alle
meisjes van dat voor haar zoo bij uitstek praktische vakkennis,
degelijke kennis zullen opdoen, naast eene onmisbare vaardig-
heid. Er wordt daardoor gebroken met het bestendigen van een
toestand, die onhoudbaar bleek; niet langer zullen onze meisjes
in ongeschikte , kleine , bedompte, schaarsverlichte kamers worden
geoefend door vrouwen, die zich nooit afvroegen, h o e ze de
aan hare zorg toevertrouwden naaien, breien etc. moeten leeren;
die er slechts een middel van bestaan voor zich zeiven in zagen;
niet langer zal het meisje eenige uren per dag met vr. handw.
bezig zijn, om daardoor zooveel mogelijk ten bate van 't huis-
gezin te produceeren; de uren, in de school aan de vr. handw.
besteed, zullen in waarheid leeruren worden.
Maar — daardoor is onzen onderwijzeressen eene moeilijke taak
op de schouders gelegd; 't is te voorzien, dat meerdere moeders
in den beginne niet hoog zullen loopen met het thans in de
school te geven onderwijs, omdat het meisje ,nu niet zooveel
thuis brengt" waarvan zij praktisch nut kan trekken voor de haren.
Aan onze onderwijzeressen is nu de taak, om door het degelijke,
het grondige van haar onderwijs te toonen, dat de methode in
de school gevolgd, voor het volgend leven van de toekomstige
vrouw en moeder, oneindig meer waarde heeft dan het vroegere