Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
uit de eene of andere werkdoos verdwijnt; daarom is het goed,
alles zooveel mogelijk te laten merken.
De onderwijzeres dringe er op aan, dat er niet dan uilerst
eenvoudige gereedschappen gebruikt worden en dat er niet anders
in de werkdoozen aanwezig zij, dan wat er noodzakelijk in dient
te zijn. Alle kinderschatten moeten er uit verwijderd blijven;
want niet alleen wekken die de hebzucht van de andere leerlingen
op, maar 't aanwezig zijn daarvan in de werkdoozen, werkt ook
storend op de orde en netheid. Arbeidzaamheid, netheid en orde-
lijkheid zijn zoo nauw aan de handwerken verbonden, dat ze er
niet van geseheiden kunnen worden en het meisje er, bij goed,
degelijk onderwijs, ongemerkt aan gewend raakt.
Ofschoon we 't niet als een' eiseh meenen te moeten stellen
voor haar, die een examen in de vr. handwerken , hopen te doen,
komt het ons toch, voor haar althans, die aan eene school voor
voortgezet- of voor middelbaar onderwijs werkzaam zullen zijn,
noodzakelijk voor zich ook te bekwamen in het vervaardigen van
dames- en kindercostumes en mantels, terwijl we voor haar de
kennis der voor zulke costumes en mantels vereischte wollen- en
zijden stoffen noodzakelijk achten, 't Is toch duidelijk, dat het
onderwijs op zulke scholen, voor alle leervakken eene voortzet-
ting en uitbreiding van dat op de lagere school, ook betreffende
de vrouwelijke handwerken moet zijn eene uitbreiding en eene
voortzetting van 't geen in de lagere school reeds is geleerd.
OORSPRONG EN AARD DEK VROUWELIJKE HANDWERKEN.
De wetgever maakt onderscheid tusschen nuttige en fraaie
handwerken, en dit is volkomen juist wanneer men let op de
meerdere of mindere noodzakelijkheid der beoefening van deze
of die afdeeling van het leervak.
Geheel anders wordt de zaak wanneer men tot den oorsprong
terug gaat; dan bespeurt men, dat de grondslag van een en
ander niet zooveel verschilt, ja, dat sommige, die thans veel van