Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
der reeds bewerkte en drie nieuwe draden neemt. Zoo gaat men
voort, beurtelings aan den boven en aan den onderkant 6 draden
te omnaaien; waartoe men steeds 3 van de oude en 3 nieuwe
draden neemt. Men zorge, dat men bij eiken eersten steek den
werkdraad niet te stijf aanhale; wjjl dit het werk doet samen-
trekken.
Men kan dit randje eenige malen herhalen naast of boven
elkander, telkens met 2 of 4 draden tusschenruimte. Over
deze tusschenruimten werkt men dan met een gekleurden draad
kruissteken, die men even lang als breed maakt.
2e Patroon. Men haalt 6 inslagdraden uit, laat 4 staan, haalt
nogmaals 6 uit. Nu hecht men aan den bovenkant der draden, die
zijn blijven staan , een gekleurden werkdraad aan , telt 4 scheer-
draden naar links en steekt tusschen den 4®° en 5®" scheerdraad
door achter langs, om aan den onderkant der 4 inslagdraden
weer uit te komen. Nu telt men weder 4 scheerdraden naar
links en steekt dan van onder naar boven; dit herhaalt men
tot het einde; dan gaat men weder terug en bedekt de draden,
die nog over zijn, op dezelfde wijze.
Aan den onder- en den bovenkant van het randje bewerkt
men op dezelfde wijze de 4 naastbijzijnde inslagdraden als de
4 draden in het midden der opening gelegen, maar verzet de
steken zoodanig, dat hier elke steek komt over 2 draden van
twee verschillende steken.
3® Patroon. Haal 12 draden uit, laat 4 staan , haal 12 uit. Over
de 4 middendraden werkt men met een gekleurden draad heksen-
steken. In het midden der holle streepen maakt men, met een'
draad in de kleur der stof, stiksteken over 6 draden. Men drage
daarbij zorg, dat de 6 draden stijf aaneensluiten, zoodat tusschen
de steken openingen ontstaan.
4® Patroon. Bij dit patroontje haalt men zooveel stofdraden uit,
dat er eene 2 cM. holle streep komt. Men maakt nu eerst aan beide
kanten festonneersteken, die men met den gesloten kant naar
buiten en 4 draden van elkander verwijderd, legt. Hierdoor
worden de draden in de holle streep in even groote bundeltjes
verdeeld. Nu werkt men over 3 zulke bundeltjes , aan den boven-
kant van de holle streep, een blokje met de point de-reprise.