Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
"Wil men zeker zijn van een goed en smaakvol geheel, dan
werke men steeds tusschen twee kleuren, die niet harmoniëeren,
eene aanverwante kleur.
Zoo neme men b.v. nooit blauw en vuurrood bij elkaar; en
zij men zeer spaarzaam met hooggeel. Zijn de"grootste figuren
rood, dan werke men er licht reebruin, zachtgeel, wit, parelgrijs
of wel agaatkleur omheen. Op geel Javagaas b.v. werke men
figuren van lila, pensé, donkerrood, wit en lichtblauw. Violette
hoofdfiguren en lichtgele, oranje, witte ot rose nevenfiguren
maken een goed geheel; ook passen wit, lila, lichtblauw en
donkerrood uitnemend bij rose.
Werkt men een bouquet, dan vormt steeds eene groote bloem
de hoofd- of middenfiguur; rondom werkt men de kleinere. Brons-
groene bladen voegt men steeds naast lichtgekleurde bloemen en
blauwgroene bladen bij donkerkleurige bloemen. Van voorwerpen,
die men ter versiering van een salon vervaardigt, moeten de
kleuren der hoofdfiguren in overeenstemming zijn met de kleur
van meubels, tapijt en gordijnen. Voor het invullen worden ook
wel koralen gebruikt. In dit geval werkt men alleen den deksteek;
voor eiken steek werkt men telkens eene koraal in.
FRIVOLITÉ.
Van het frivolitéwerk zullen we slechts weinig zeggen;
't is een werk dat, ofschoon men er zeer fraaie kantjes en
rozetten van kan vervaardigen, van weinig waaide is en met
hét volste recht frivolité (beuzelarij) wordt geheeten. Daarbij
komt nog, dat het na de wasch veel werk eischt, zal het weder
een fraai aanzien hebben.
Voor het vervaardigen van frivolitéwerk behoeft men een
spoeltje, dat den vorm van een weversspoel heeft; een haakje
aan een ringetje bevestigd, waarvoor men echter ook eene ge-
wone haaknaald of eene groote speld kan gebruiken; en sterk
gedraaid garen.
Het werk bestaat uit knoopen, die veel overeenkpmst hebben