Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
131
De Smyrnasche steek wordt verschillend gewerkt. Men
werkt bv. eerst een recht kruis, 8 draden hoog en evenzooveel
breed; en legt er dan een schuin kruis van 4 draden hoogte en
breedte over. Ook kan men eerst een schuin kruis van 8 draden
hoogte en breedte werken, daarover legt men een schuin kruis
van 8 draden hoog en 4 draden breed; vervolgens legt men
nog een kruis hierover van 4 draden hoog en 2 draden breed.
Over het geheel werkt men een recht kruis even hoog en breed
als het eerstgewerkte schuine kruis.
De gobelinsteek wordt op onverdeeld gaas gewerkt en zoo-
wel schuin als vertikaal of ook horizontaal gelegd. In de richting
waarin men den steek wil werken kan men zooveel draden
nemen als men verkiest, doch in de tegenovergestelde richting
mag slechts een /draad tusschenruimte zijn; elke volgende steek
komt een draad hooger of lager.
De llongaarsche steek, die gelijk is aan den rechten gobelin-
steek , wordt evenals deze oji onverdeeld gaas gewerkt, en wel:
4 draden hoog met 1 draad tusschenruimte. Dezesteek wordt verzet,
zoodat elke volgende wordt gelegd over 2 draden vanden voor-
gaanden steek en over 2 nieuwe. Bij 't begin en bij 't einde van
hetwerk moet men daarom beurtelings heele en halve steken maken.
Zeer aardige sterretjes kan men ook van den gobelinsteek ver-
vaardigen. Daarom neemt men van eene kleur 3 nuances en werkt
Viü- 64. met de donkerste eerst de
middensteken. Hiervoor neemt
men van een punt uit in 4
tegenovergestelde richtingen
telkens 4 draden op. Aan
beide zijden van de aldus
gevormde steken werkt men
met dezelfde kleur nog een
steek, daarbij een draad
verspringende.
Op dezelfde wijze handelt men
nu ook tweemaal met de mid-
den- en evenzoo met de lichtste
kleur; terwijl men daarna nog met de lichtste kleur vier steken
9*
iSfflKSfiB;!".__,
■■BSSSiTïr'
1SHB5C____
fi
tmiKBssisfluui
iHaeg^Ksui lUL
iKRBnB'».. ilJHH
iSütSfSii^'UHSBIi
"»■HiËggaaw;