Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
130
leent zich om zijn vierkanten vorm al zeer slecht om de zachte
ronding van bloemen en bladeren weer te geven en nog veel
minder om b.v. het gelaat van een mensch na te bootsen.
Waarlijk schoone tapiseriewerken hebben we wel gezien, maar
dan waren het bijna zonder uitzondering symmetrische of arabesk-
achtige figuren. Wij geven daarom den raad patronen in dit
genre te kiezen. Wil men echter toch bloemen en bouqetten
maken, dan werkte men niet met den gewonen maar met den
kleinen kruissteek (petit-point), die over 1 draad in de hoogte
en 1 in de breedte wordt gewerkt en waai-mee men de lijnen
het zuiverst kan weergeven.
Het tapisseriewerk wordt voor verschillende voorwerpen van
nut en smaak gebruikt: voor pantoffels, vloerkleedjes, voet-
zakken, werktaschjes, overtrekken van voetbankjes en canapé-
kussens, randen voor bloem- en werktafeltjes, etagères, gordijn-
en schelbanden, etc. Behalve op stramin werkt men ook op
Java- en op Panamagaas, alsmede op stramin-papier, dat
zoowel in verschillende kleuren als in goud- en zilvertint te ver-
krijgen is. In dit geval behoeft men slechts een bouquet of kleine
verzette figuren te werken; men is er dan van ontslagen om,
zooals men bij 't gebruik van stramin noodzakelijk moet doen,
eone grondkleur te werken, wijl deze soorten van gaas, evenals
zijden stramin, zelve eene grondkleur vormen.
Voor 't vervaardigen van vloerkleedjes kan men zich ook van
een stuk eener fijne rijstbaal of van een lap juttezak-linnen be-
dienen. In 't eerste geval laat men óf de baal zwart verven en
persen óf wasschen en gebruikt haar dan ongeverfd.
Werkt men er, in b.v. 4 nuances groen en 3 nuances bruin,
van 8 cM. groote letters het woord S a 1 v e (gegroet) op en zet
men er voering tegen en aan de beide breedte zyden franje, ter-
wijl men rondom een gedraaid koord van groene of bruine wol
naait, dan heeft men een fraai en sterk kleedje voor eene ka-
merdeur.
Men werkt op deze stoften in steken, die 4 draden in de
hoogte en in de breedte tellen, waarover dan nog een horizon-
tale en een vertikale steek wordt gelegd. Het geheel vormt
den diamantsteek.