Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
TAPISSEKIEWERK.
De merk- of kruissteek, dien we op bl. 73 hebben be-
schreven , kan tot tweeërlei doeleinde gebruikt worden, n.1. voor
bet merken van kleedingstukken — hij heet dan nutsteek —
en bij tapisseriewerk; in 't laatste geval heet hij sier steek. Als
siersteek wordt hij gebruikt om met verschillende kleuren en
soorten van wol en zijde op stramin allerlei figuren te werken.
Bij tapisseriewerken gelden de volgende regels:
1. Men werkt steeds van boven naar beneden, zoodat het
reeds voltooide gedeelte naar boven is gekeerd.
2. Als men 2, 3, 4 of meer steken van dezelfde kleur naast
of onder elkander werkt, zonder dat er van eene andere
kleur steken tusschen komen, dan werkt men eerst van
alle de onder- en daarna de dek stek en.
3. Men mag den draad nooit met een knoop aanhechten,
maar haalt hem aan de achterzijde door eenige reeds ge-
werkte steken. Bij het afhechten handele men evenzoo.
4. Voor men begint te werken moet men het aantal steken
der hoogte en breedte van het patroon aftellen.
5. Men moet altijd eerst de donkerste en daarna de lichtere
kleuren in regelmatige opvolging werken.
6. Het invullen geschiedt altijd het laatst; men behoeft hier-
bij niet af te tellen, maar werkt in rijen tot een geheel
veld is ingevuld.
Deze regels zijn gemakkelijk te volgen en het tapisseriewerk
is door vele dames nog al geliefd , daar het spoedig vordert en
effect maakt. Intusschen — er is zeker geen handwerk, dat
zóózeer den goeden smaak kan bederven, als dit. Wij gelooven
dat daarvan de schuld ligt in de 1® plaats aan de patronen,
die vaak zeer tegen den goeden smaak zondigen en in de
2® plaats in het al te slaafs nawerken van deze patronen. Nog
zeer algemeen is de meening dat, indien men deze patronen
uiterst juist nabootst, hetzij ze phantasiefiguren of wel bloemen,
dieren, ja zelfs huizen en menschen voorstellen, men het top-
punt van volmaaktheid in dit vak heeft bereikt. De kruissteek
v. D. EKKG—STOMP, Vrouw. hatidw., 3e druk. 9