Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
124
wanneer men een geknoopte fond, die met gewone mazen is ge-
werkt , met verschillende steken doorstopt. Men gebruikt daartoe
glansgaren of breikatoen. Alen kan b.v. de kwadraten van het
werk opvullen, door beurtelings een draad op te nemen en een
Fig. 61.

over te slaan. Deze wijze van
opvullen wordt altoos in éene
richting, meestal met breikatoen,
uitgevoerd en heet herha-
lingsteek (point-de-reprise).
De haakpatronen, zooals fig.
37 bl. 98 aanwijst, kunnen ook
hier dienen.
Voordenlinnensteek(point-
de-toile) werkt men op dezelfde
wijze als bij den vorigen 5, 6 of 7 draden en doorwerkt deze
dan, even alsof men eene eenvoudige stop uitvoert. Zie fig. 61.
Deze steek wordt altoos met glansgaren gewerkt, waardoor het
werk een linnenachtig aanzien verkrijgt. Heeft men met dezen
steek meerdere kwadraten bewerkt, dan kan men er in verschil-
Fig. 62a. lende richtingen figuren over
leggen met den A n t w e r p-
schen steek (point d'Anvers).
Men spant daartoe 2 a 3 dra-
den over de kwadraten en om-
werkt die dan door beurtelings
éen op de naald te nemen en
een over te slaan. Hetzelfde
kan men ook over oningevulde
mazen en ook in kleinere afme-
tingen i n eene maas doen.
Nog werkt men, door middel
van gedraaid garen, soms in elke maas een festonneer-
steek en trekt onder de uitvoering den draad niet geheel
aan, zoodat deze een boog vormt, door welke men bij eene
teruggaande rij de bogen van deze voert.
Voor 't werken van sterretjes overspant men eenige mazen
in vertikale, schuine cn horizontale richting, fig. 62a, en om-