Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
123
rij de beide laatste mazen te zamen te knoopen, fig. 59.
Om rozetten te knoopen slaat men zooveel mazen op, als
men denkt dat voor de buitenste rij noodig zijn en knoopt den
draad, welke tot grondslag dient, als het werk voltooid is, stevig
vast; zoodat alle mazen dicht aan elkandersluiten. Men kan ook
6 of 8 mazen om de garenlis werken, vervolgens in elke maas
2 nieuwe en dan in elke volgende rij om de andere maas meer-
deren. Vat men de mazen op verschillende wijzen in elkander,
dan ontstaat er een gewerkte fond. Zoo kan men b.v. eerst
een zeker aantal mazen opslaan, daarna in de tweede rij eerst in
de tweede maas vatten en dan in de eerste, daarop in de vierde
en vervolgens in de derde en op die wyze voortgaande tot die
rij ten einde is; de derde rij werkt men op de gewone wijze; bij
de vierde rij vat men eerst in de Ie, dan in de 3de, vervolgens
in de 2de, daarop in de 4de maas enz. De rijen, door de on-
€vene getallen aangewezen, werkt men op de gewone manier.
Bij 't knoopen in den rozetsteek gebruikt men pennetjes
van zeer verschillende dikte, werkt dan eerst eene rij mazen over
het dikke pennetje en daarna over het dunne eene rij, waarin
telkens de eerste van twee mazen door de tweede wordt gehaald,
vóór men er eene maas in werkt. Dan haalt men met de punt
der naald de tweede maas, die door het werken achter om de
Fig. 60.
x/\/\/%#\/V
/ v^ V \></x/ ^^
zeer aardig staan, fig, 60
eerste ligt, door deze heen
en werkt ook hierin eene
maas. De onevene rijen
worden altoos in gewone
mazen over de dikke pen
gewerkt.
Knoopt men in eene rij
somtijds verscheiden mazen
in éene maas en vat die
dan in eene volgende rij
weder door eene maas te
zamen, dan ontstaan er
moezen, die, als men ze
in een verzet patroon werkt,
De fraaiste patronen ontstaan echter