Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
daii deze oniwindingen met den duim vast en haalt den draad
aan. Men legt de omwindingen in de richting van de spits naar
den steel en neemt nogmaals de geheele lengte op de naald,
waarna eene aar gereed is, of van een blad de helft. Deze steek
heet ook wel post- of minutensteek, wegens de snelle uit-
voering. Hij moet met een groven draad worden gewerkt en is
niet aan te bevelen voor zeer fijn werk, daar hij in de wasch
spoedig geheel plat wordt.
Zoowel in Engelsch als in Fransch borduursel worden soms
wieltjes in het midden eener bloem of eener ster gewerkt. Men
omrijgt daartoe het cirkelvormig gedeelte der figuur met kleine
j'jg. 50. voorsteken en overspant het dan, in den
vorm eener ster, met fijne guipurekoord,
terwijl men in't middelpunt, waar de koor-
den over elkander vallen, met fijn gedraaid
garen eene ronding werkt met den stop-
steek , door beurtelings een der koordjes
op te nemen en een over te slaan; ook
kan men de koordjes omwerken met ach-
tersteken. Daarna cordonneert of festonneert men den buitensten
omtrek en knipt de stof onder het wieltje weg. Zie fig. 50.
Vereenigt men Fransch en Engelsch borduursel in éen patroon,
dan winnen beide soorten aanmerkelijk in sierlijkheid.
Wenscht men zeer fraai borduurwerk te vervaardigen, dan neme
men eene dubbele stoflaag, b. v. tule en nansoek. De omtrekken
der figuren worden dan eerst gecordonneerd of gefestonneerd. Is
het werk voltooid, dan knipt men het nansoek langs de gewerkte
lijnen der figuren weg, zoodat deze als bloemen en bladeren van
dichte stof op een tulen fond liggen.
Voor Venetiaansch borduurwerk wordt alleen de feston-
neersteek gebruikt, terwijl nog bovendien op enkele plaatsen eene
figuur wordt ingevuld met kantsteken, zooals die bij het hierna
besproken point-lacé worden gebruikt. Men rijgt de omtrekken
der figuren met een tamelijk groven draad om, waarna men eerst
de verbindingsstokjes uitwerkt. Hiertoe spant men eenige draden
van eenigszins grove katoen, die men daarna met fijne katoen
omwerkt, door dicht aan elkander sluitende festonneersteken.