Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
HET BORDUREN.
Reeds vroeger merkten we op, dat het borduren dient om
voorwerpen op te sieren; nu voegen we er bij, dat, niettegen-
staande er vele soorten van fraaie handwerken voor en na
in gebruik komen, het wit borduren toch steeds het hoofdvak
dezer rubriek blijft. Het is zeer nauw verwant aan het naaien;
niemand zal ooit zuiver, net borduurwerk kunnen leveren, die
niet volkomen goed het naaien heeft geleerd, terwijl wederkeerig
het borduren ook op het naaien gunstig inwerkt, daar dit laatste
altijd zeer net en zorgvuldig zal worden uitgevoerd door iemand
die borduurt.
Voor wit borduren gebruikt men verschillende stoffen, als:
zeer fijn linnen, piqué, schotsch baptist, nansoek, indiana,
neteldoek, cambric. Linnen wordt gebruikt voor zakdoeken,
kragen, manchetten, vóorhemden; piqué voor kinderkleeding-
stukken. Schotsch baptist, cambric, nansoek , indiana en neteldoek
worden echter het meest gebruikt, en ook voor bovengenoemde
doeleinden gebezigd. Het zijn zeer fijne, dunne weefsels, onder
welke vooral nansoek en indiana om hunne bijzondere zachtheid
zijn aan te bevelen. Schotsch baptist, neteldoek en cambric zijn
iets harder.
Het zijn alle katoenen stoffen, van welke het nansoek het
zorgvuldigst geappréteerd is.
De borduurnaald moet van middelmatige lengte zijn; met lange
naalden wordt het moeilijker, de fijne steken, die het borduren
eischt, goed te maken en werkt men met korte naalden, dan
komt de hand te veel in aanraking met het werk.
De dikte der naald richt zich naar de dikte van het katoen,
dat gebruikt wordt; zg moet altijd een weinig dikker zijn
dan dit.
Het borduurkatoen onderscheidt zich daardoor van alle andere
garens , dat het losser gedraaid , gelijkmatiger bewerkt en zachter
is. De dikte van het borduurkatoen dat men gebruikt, is afhan-
kelijk van de soort van werk dat men verricht en van het fijnere
of minder fijne weefsel, dat bewerkt wordt. Voor het opvullen van
verschillende figuren gebruikt men borduurkatoen no. 7 of 8,