Boekgegevens
Titel: De bewaarschool: praktische handleiding, ten dienste van hen, die bewaarscholen wenschen op te rigten en daarin werkzaam moeten zijn
Auteur: Rijkens, Roelof Gerrit
Uitgave: Leeuwarden: Suringar, 1845-1846
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 676 E 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204659
Onderwerp: Onderwijs: voorschools onderwijs
Trefwoord: Kleuteronderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De bewaarschool: praktische handleiding, ten dienste van hen, die bewaarscholen wenschen op te rigten en daarin werkzaam moeten zijn
Vorige scan Volgende scanScanned page
106 OVER. DE EIGENSCHAPPEN
die den Onderwijzer en opvoeder gedurig moet voorlichten
op het moeijelijke pad, dat hij te bewandelen heeft. Wie
derhalve meent, dat ieder persoon, 't zij man of vrouw, die
zoo wat gezond verstand bezit en in staat is wat te kunnen
lezen, schrijven en rekenen, bevoegd moet gehouden wor-
den, om als opvoeder en Onderwijzer aan het hoofd eener
Bewaarschool te kunnen optreden — en het schijnt dat
deze meening hier en daar bestaat* daar zij wel eens ge-
volgd wordt — dwaalt. Ja, men begaat eene groote zonde
tegen het gewigtigste en heiligste werk des menschen, waar-
van zooveel afhangt voor de jeugdige zielen, als men dat
in de handen van onbevoegde personen legt.
2. Men moet genoegzame kinderkennis bezitten.
De opvoeder moet de kinderen kennen, die aan zijne zorg
worden toevertrouwd, hunne goede en kwade zijde, den aard
hunner verstandelijke vermogens, hun' ligchamelijken toe-
stand; met e'e'n woord, hunne ligchamelijke en geestelijke ge-
steldheid. Hoe zal hij toch kunnen werken tot heil van
ieder kind, als hij het voorwerp niet kent, tot bevordering
van welks geluk hij moet arbeiden? Hij moet derhalve de
noodige kinderkennis bezitten. Deze verkrijgt men niet al-
leen uit boeken, maar hoofdzakelijk door den omgang met
kinderen; door A'^an hen te leeren, terwijl men hen bestendig
met opmerkzaamheid gadeslaat; door met scherpe blikken in
hun gemoed te dringen, om de drijfveren hunner handelin-
gen te toetsen; door den reinen, hemelschen kinderzin te
leeren onderscheiden van den verbasterden kindergeest. Wie
niet alzoo geleerd heeft met kinderen te kunnen omgaan, is
niet verkiesbaar tot Hoofdonderwijzer of tot Hoofdonderwij-
zeres. Daar hiertoe eene studie van jaren tijds wordt ge-
vorderd, dienen de Onderwijzers of Onderwijzeressen reeds