Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
7S
J. Spaan en Schmitz , kinderliederen, en dergelijke werkjes van
20 of 25 cents.
Wat het straffen aangaat: indien de kinderen goedkeurings
hebben, moeten zij die bij ondeugendheid verliezen. Hebben zij
die niet, en zijn ze onverbiedelijk, dan ontvangen zij eene af-
keuring , waardoor ze, bij 't naar huis gaan tot het laatst moeten
blijven. Helpt dit niet, dan moeten zij vóór de partij staan
en ook tot het laatst blijven, en is dit nog niet genoegzaam, dan
moeten zij naar het eind der school. Gebeurt die verzending 2
keer in de halve week, dan moeten zij een half uur school blij-
ven, even als zij die van de 5 schooltijden tweemaal afwezig zijn
geweest, zonder berigt of toestemming.
Alzoo het aanmoedigen, alzoo het afschrikken ingerigt, is
men bewaard voor vele onaangenaamheden, zal de inrigting kin^
deren, ouders en meesters voldoen, en bestaat er opklimming in
beide gevallen genoeg, om de stiptste orde te bevorderen. Maar
nog eens, het moet hulpmiddel blijven. Daar is men 't meest
het ideaal genaderd, waar de minste aanmoedigings- of af-
schrikkingsmiddelen behoeven gebruikt te worden. De kinderen
behooren werkzaam te zijn, niet om belooning, niet uit vrees voor
straf, maar om doelmatig te vorderen, en men moet hen zoo
zelfstandig leeren worden, dat zij uit zich zeiven, uit liefde tot
de zaak en den onderwijzer werkzaam zijn. Immers, hij is de
beste christen niet, die goed handelt, door vooruitzigt op loon
of straf? — Veel hangt er dus af van den heerschenden geest
der school, en deze hangt weder bijna geheel af van den onder-
wijzer, van zijn aanleg, denken, doen en laten, wenken en zien,
kracht van handelen, bestuur, bovenal ook van zijne godsvrucht
en bekwaamheid.