Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
houding, toon en voordragt de aandacht kunnen boeijen, de op-
merkzaamheid vestigen en door doelmatige wenken of korte ge-
zegden den leerlust opwekken, dan zal hij daardoor op een ne-
gatieve wijze stilte en orde bevorderen.
Niettegenstaande de beste voorzorg, kinderen zijn geen enge-
len, moeten er aanmoedigings- en afschrikkingsmiddelen plaats
hebben, om hen voortdurend in de beste orde werkzaam te doen
zijn. Geen schelden, razen, tieren, slaan, of overmatig prijzen
en liefkozen, vermogen des besten invloed op het kinderlijk ge-
moed; want dat alles verhardt en niets minder. Geen herhalend
en nog eens herhalend gesus, getik, geschreeuw of verbod, ver-
mogen de orde te handhaven, zoo min als het honderdvoudig
gebruik van woorden, waar het tienvoud beter begrepen en ge-
voeld wordt: want het verwent en maakt ongevoelig, hoorend doof en
onopmerkzaam. Geen geweld, trotsche afstand, gebulder, of
vervelend geknor, zoo min als eindeloos gepreek en gezemel en
gepluis, zullen de stilte bevorderen; want zij jagen angst en
vrees, schrik en verachting aan, en maken het gemoed onont-
vangbaar voor goede indrukken, en, ongelukkig de school, waar
men slechts uit vrees den meester gehoorzaamt! Neen, geen
bangmakerij, geen onnatuurlijke kunsten, geen onmenschelijke,
onchristelijke handelwijze komen te stade; maar — gelijk de Heer
der natuur het menschdom met liefde en waardigheid opvoedt; —
gelijk onze Heiland den beminnelijksten omgang met Zijne kwee-
kelingen had, en een verhevene liefde de grondtoon van Zijn op-
voeden, ook van Zijn vermanen was: — zoo moeten ook wij
liefde met ernst paren, en de ernstige, waardige liefde zal weder-
liefde ontvonken. — De zachte, kinderlijke taal van den onder-
wijzer doet de kinderen aan hem gehecht zijn. De vaderlijke
liefde, hun geopenbaard, zal met kinderlijke openhartigheid en
vertrouwen beantwoord worden, en de geest der liefde alleen is
in staat, om ons beroep blijmoedig te verrigten, ons leven te
veraangenamen, en die zaligheid te doen smaken, welke in de
kinderopvoeding te vinden is.
Indien het karakter van een Nederlander is, dat men bitsheid