Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
75
Wijs met de r. hand het regter oor, — neer.
ff ff ff ff ff ff linker // ff
ff ff ff ff ff ff regter oog, //
ff ff ff ff ff ff linker // //
enz. enz. enz. B. v. bij afwisseling van r. en 1. hand aan-
wijzen: schouders, neusgaten, wangen, zijden van het hoofd,
slapen, ellebogen, lippen, voorhoofd, kin, heupen, buik,
kruin van het hoofd, rug, enz.
Steek op de wijsvingers.
Steek op den wijsvinger van de r. hand, — neer.
ff ff ff ff ff n 1. ff ff , enz. Zoo
ook met duimen, pinken, middelste en ringvingers, en in
verband met het vorige, b. v. met den r. duim, het 1.
oor, enz. enz. Wijs met de wijsvinger van de regterhand
het linkeroor. Wijs met de pink der linkerhand het regter-
oog, enz.
SCHOOLTÜCHT.
Het is welligt niet^ ondienstig, om, bij wijze van aanhangsel
op het eerste deel dezer Handleiding, iets over de Schooltucht
te zeggen. Bij de vele denkbeelden, welke daarover door ande-
ren voorgesteld zijn, zullen deze, dewijl zij meer tot eene Laag-
ste Klas betrekking hebben, misschien niet overtollig wezen.
In alles moet orde de ziel der verrigtingen zijn. Alles op den
tijd en alles op zijne plaats, zij de hoofdregel der verrigtingen,
welke daarom naar eene tafel van werkzaamheden geregeld worden.
Orde, aanhoudend gepaste werkzaamheid, benevens liefde voor
den onderwijzer, zullen veel bijdragen tot de volbrenging van
hetgeen te doen staat. Intusschen vergete men niet, dat leerwijze
noch leerplan, schoolwetten noch tafels van werkzaamheden, iets
zullen vermogen, als de meester niet aan dat alles waarde weet
bij te zetten. Voorts moet hij veel weten te voorkomen, en door