Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
7. vertellen.
Het is ieder bekend, hoeveel de kinderen van vertellen hou-
den , en, als men nagaat, dat dit werk tot veredeling des harten,
zoowel als tot ontwikkeling van het kenvermogen kau dienen,
ja, dat het, wèl ingerigt, boven alle werkzaamheden gesehikt is,
om het gemoed te veredelen, de pligten te leeren kennen en lief-
hebben, — dan gewis behoort ook dit werk in de school plaats
te hebben.
De onderwijzer zorge intussehen, dat zijne vertellingen niet te
lang duren, zooveel mogelijk binnen de kinderlijke bevatting blij-
ven, en geen kunstige, vernuftige of ongewone ondeugden leeren
kennen; dat het verhaalde wordt besproken, teruggevraagd en
toegelicht; en, wanneer hij een goede voordragt heeft, als oog,
hand en ligchaam medewerken, alles als tegenwoordig handelend
en sprekend voorkomt, dan kan het niet anders, of hij zal
daardoor veel aangenaams bevorderen, onder het aanleeren van
algemeene kennis, opleiden tot de betrachting van christelijke
deugden, en voorbereiden tot het beoefenen van geschiedenis.
Het voorlezen is niet goed, dewijl dit een zekere stijfheid, of
eenvormigheid aanbrengt, en de oogen, in plaats van op de
kinderen, op het boek doet gerigt zijn. Daardoor gaat de kracht
van uitdrukking verloren.
8. allereerste gymnastische oefeningen.
Deze oefeningen zijn voor de kleintjes een aardige bezigheid,
en wul aangewend, ontwikkelend voor het verstand zoowel als voor
het ligchaam. Men kan ze in overschietende oogenblikken, of
vóór schooltijd aanwenden, en zij behoeven dus niet op de tafel
van werkzaamheden voor te komen.
1. Het hoofd. (Bij de bewegingen met het hoofd, moeten de
overige deelen van het ligchaam in rust zijn.)
Neen schudden. — Ja knikken.