Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
Regel voor regel in koor nagezegd, weinig te gelijk, en op
een natuurlijken toon voorgedragen, doet hun spoedig een versje
kennen, bijzonder, wanneer het in den kindertoon gedicht is.
Veelal kan men zulke nemen, die van muziek vergezeld zijn,
en alzoo ook door hen gezongen kunnen worden.
Hoe langer zoo meer begint men het in te zien, dat het zin-
gen een der geschikste middelen is, om het gemoed te veredelen,
den ijver aan te vuren, den lust gaande te houden, de school-
wereld te veraangenamen, het verstand zoowel als het aesthetisch
gevoel te ontwikkelen en den wil een edele rigting te geven.
Niet te vroeg dus kan men zingen leeren. Het oefent 't ge-
hoor, vestigt de opmerkzaamheid, versterkt het geheugen, geeft
gevoel voor orde, toonmaat, melodie en harmonie, veredelt den
smaak en veraangenaamt het leven; ja, indien de verzen op aar-
dige wijsjes gestemd zijn, verdrijven zij de straatliederen, en
kunnen in huis zoowel als in school tot verruiming des harten
leiden, en veel genoegen bevorderen.
Maar "t is niet hetzelfde, hoe men de zaak uitvoert. Bij een
verkeerde behandeling kunnen al de opgenoemde voordeden ver-
dwijnen, en zal het onderwijs nutteloos, ja, daardoor nadeelig zijn.
Het is noodig, dat men weinig te gelijk voorzingt, en langzamer
dan behoort; dat men daarop dit weinige bij herhaling en nog
eens bij herhaling overzingt, te zamenzingt, eerst met de meisjes,
daarna met allen. Zoo iets, bijzonder het zingen moet zacht geschie-
den. — Om dit ordelijk te doen plaats hebben en in de maat
te blijven, stelt de meester zich op een zoodanig punt, dat hij
van alle kinderen kan gezien worden, en geeft zoo stil mogelijk
met een stokje de maat-beweging aan.
Het spreekt van zelf, dat alle zingen op het gehoor af gaat,
en dat hier nog geen muzijk-noten door de kinderen beoefend
worden. Ook speeltuigen zijn onnoodig.
Stof tot versjes leeren en zingen vindt men onder anderen in
J. Spaan en Schmitz, tweestemmige kinderliederen, 2 zestien-
tallen, bij Zwaardemaker, te Haarlem, elk 20 cents.