Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ü7
(Men schrijve op bord 2 punten van en 2 aan elkander, zoo
als s 1 en 2.)
Wat zoudt ge daarvan wel kunnen zeggen? Welk onderscheid
is er tusschen deze 2 punten en die 2? Wie weet het?
K. De 2 punten ter regterzijde zijn los en de twee andere
aan elkander verbonden.
O. Juist. Nu, de punten in de eerste stelling noemt men
verbomkn, en die in de laatste stelling niet verbonden, of onver-
bonden.
Hoe kunnen dus 3 punten ten opzigte der verbinding zijn?
K. Verbonden en niet verbonden.
O. Bravo! laten we dit nu eens geregeld zeggen:
1. Twee punten kunnen verbonden zijn.
2. " n n niet verbonden zijn.
TOEPASSING.
O. Dit was nu zoo met punten, of stippen; maar kunt gij
mij wel voorwerpen opnoemen, die niet verbonden zijn?
K. Ja, meester! de zolder en de vloer; het raam en de deur
de bank en het bord, enz. enz.
O. En nu die verbonden zijn?
K. Tafel en bank; zolder en balk; muur en balk; lat en
muur; hoofd en hals; hals en romp; kagchel en kagchelpijp; twee
kinderen, die elkander vasthouden; de glazen en de roeden; ik
en de grond, waarop ik sta; ik en de bank, waarop ik zit, enz.
DEZE PUNTEN.
O. Kunnen 2 punten ten aanzien van de verbinding nog an-
ders zijn dan verbonden en niet verbonden? (Zij zwijgen.)
Neen, kinderen! 2 punten komen niet anders voor.
Maar nu 3 punten. Wie weet daarvan het eerste geval te zeg-
gen? enz.
Alzoo gesprek s-gewijze vinden de kinderen: (tl — 3.)