Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
En wie zal nu, na dit aangevoerde, de Vormleer, die eene
uitvinding van Pestalozzi is, maar ontwikkeld en volmaakt naar
de vorderingen des tijds en de lessen der ervaring, nog eene
plaats onder de schoolwerkzaamheden ontzeggen? Wat tot heden
in onze taal over de Vormleer in druk verscheen, was, zoo-
ver mij bekend is, voor de middelste en hoogste klasse eener
school geschikt; dit volgende zal meer bepaald voor de Laagste
Klasse dienstig wezen, terwijl een groot gedeelte daarvan ook
voor de Bewaarscholen kan gebruikt worden. Dat ik hiertoe
somtijds gebruik maakte van het goede bij anderen, zal wel
niemand verwonderen.
De gang van onderwijs is, even als bij het leeren lezen, schrij-
ven en rekenen, synthetisch, zonder zich uitsluitend daartoe te
bepalen.
EERSTE GEDEELTE.
L DE PUNTEN.
Wij beginnen het Onderwijs in de Vormleer met te spreken
over een punt. Daar zijn er wel, die met de omtrekken der voor-
werpen zeiven aanvangen, doch het begin van elke wetenschap
kan niet te eenvoudig wezen, en een punt kwam ons daartoe het
geschikst, het minst zamengesteld, voor.
De kinderen moeten zich verbeelden een zoo klein mogelijk
punt te zien, dus zulk een, dat niet voor verkleining vatbaar
is; ook niet voor vergrooting, dewijl het dan geen punt meer
heet: Een punt is een denkbeeldige plaats in de ruimte.
Om daartoe te komen, late men dingen opnoemen, die punten
hebben, ga tot fijner en fijner over, en duide aan, dat men,
om een punt zigtbaar voor te stellen, een stipje gebruikt.
Bij de behandeling van meer dan een punt, lette men op:
A. de plaatsing of ligging ten aanzien van elkander, en
B, op de verbinding.