Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
gen, — En, laten wij onder gepaste leiding zooveel mogelijk
door de kinderen zeiven zoeken en voortbrengen: wat al stofs
levert dit dan niet, tot vergelijking, onderscheiding en naauw-
keurige beschouwing!
Zoo als de Getalleer eene aanschouwingsleer is der hoeveel-
heden, zoo en nog meer is de Vormleer eene aanschouwingsleer
van de uitgebreidheden, en de betrekkingen van deze op elkander.
Zal echter de Vormleer als een veelzijdig oefenende aanschou-
wingsleer voorkomen, dan vordert zij een naauwkeurige, opvoed-
kundige behandeling. De manier van onderwijs zal dus tot het
welslagen 't meest afdoen.
j\Ien behoort, volgens de heuristische leerwijze, van het be-
kende tot het onbekende te geleiden, zonder iets stelligs te zeg-
gen; van denkbeeld tot denkbeeld op te klimmen, zonder verband
en zamenhang uit het oog te verliezen, en dit alles wel zoodanig,
dat de leerling met genoegen en belangstelling werkzaam is.
Het doel met de beoefening der Vormleer is niet zoo zeer om
eene kunst aan te brengen, noch om regtstreeks tot bepaalde we-
tenschappen op te leiden; maar om de ontwikkeling en oefening
der kinderlijke ziel, bijzonder van het kennisvermogen, te bevor-
deren, en den grondslag te leggen, dat is vatbaar en geschikt
te maken, tot de beoefening van wetenschap en kunst. — Opmer-
ken, denken en spreken ■—• dit is het, waartoe zij leidt, wat zij
regtstreeks bevordert.
Om dit doel te bereiken, houdt de Vormleer zich niet zoozeer
met de voorwerpen zeiven bezig, als wel met hunne uitgebreid-
heid, of uiterlijke gedaante, dat is: met den vorm, de grenzen
der plaats, die zij in de ruimte innemen, en met de bestand-
deelen, waardoor deze bepaald worden, als: punten, lijnen, hoe-
ken, figuren, en daarvan de grootte, de gedaante, de stand en
het getal, de gelijkheid of overeenkomst en het verschil.
De strekking der Vormleer komt geheel met het opvoedkundig
onderwijs overeen: Ontwikkeling n. 1. van den aanleg, vorming
en versterking der zielsvermogens, door de eenvoudigste zaken,
op de geleidelijkste en doelmatigste wijze.