Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
5d
3. kekenen leeuen. {Aanvankelijke Getalleer.)
De Getalleer is uitvoerig behandeld in het werkje: Pestaloz-
zi's leerwijze in de hennis der getallen, door P. J. Prinsen. Al-
leen dit: dat men gedurig, wat daar in zekeren zin in het af-
getrokkene behandeld wordt, in toepassing brengo op voorwerpen
van het dagelijkseli leven, en waar men haar, bij vele kinderen
behandelen moet, kuben minder bruikbaar zijn, maar deze door
vingers, of strepen op een bord, kunnen vervangen worden. Som-
migen gebruiken daartoe het Russische telraam.
Het hoofdelijk moet met het in koor spreken afgewisseld wor-
den, waarbij men zorge, hier zoowel als bij al de andere ver-
standsoefeningen, dat er geen onaangename schooldreun ontsta,
maar het natuurlijk spreken gehandhaafd worde. Ook hier is het
bijzonder toepasselijk: weinig en goed.
4. beginselen dee vormleer.
{Voorbereidende Vormleer.)
WEZEN, doel, strekking EN nut.
Om de voorwerpen te kunnen onderscheiden, dient bijzonder
hun verschillende vorm; daarom is het bekend maken hiermede
voor de kinderen zoo nuttig. En als we nagaan, dat bij de be-
oefening van den vorm vele zaken voorkomen, die aanleiding
geven, om te leeren opmerken, denken en spreken, dan ont-
dekken we reeds dadelijk het nut van de behandeling dezer kun-
digheid. Maar hoeveel te meer worden we daarvan overtuigd,
als wij ontdekken, hoe de vorm, of uiterlijke gedaante, ons figuren,
vlakken, hoeken en lijnen in vele soorten oplevert, die wederom
door vorm, stand, grootte, getal en onderlinge betrekking zoo
veel bijzonders en schoons in allerlei afwisseling te weeg bren-