Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
Niet voorpraten, zelfdenken moet er plaats hebben. Niet ver-
moeijen en verbijsteren door sprongen. Eerst in allerlei rigtingen,
met kleine maten, later langzamerhand met een maatje vermeer-
deren, en, door iedere nieuwe bijvoeging van eene maat, ont-
staat weder een nieuwe reeks van 10 oefeningen.
Zoo van palm tot palrti opklimmende, telkens met toepassing
van de getalleer, in alle rigtingen, helpen maat en getal, en
getal en maat elkander, tot een helder begrip en juiste voor-
stelling van eenheid en veelheid, van langer en korter, van
meerder en minder, bijvoegen en afnemen, en heeft een plan-
matige, gelijktijdige oefening van het gezigt en van het denk-
vermogen plaats, op een boeijende, uitlokkende en daardoor aan-
gename wijze.
2. lezen leeren.
Bij het lezen leeren volg ik bepaald en geheel de voortreffe-
liike leerwijze van Prinsen, ook omdat ik die bij ondervinding
voor de aangenaamste, ontwikkelendste, geleidelijkste en daardoor
voor de doelmatigste heb leeren kennen. Eene verwijzing naar
het werkje daarover, door wijlen den Heer Prinsen zeiven ver-
vaardigd , is dus, althans voor de Aanvangs-afdeeling der Laagste
Klas voldoende, terwijl in dc aanteekeningen daarop, die in den
eersten druk van deze Handleiding voorkwjimen, door de uitgave
mijner eerste leesboekjes grootendeels voorzien is, en zij dus nu
geene vermelding meer behoeven. Intusschen volgt hier nog iets
over de
Tijdsbepaling voor de Leesoefeningen.
Is er eene zaak, waarover de meest uiteenloopende denkbeel-
den bestaan, dan is het de bepaling van den tijd, hoe lang men
aan iedere leesoefening moet blijven, en geen wonder! Bekwaam-
heid en vlijt van den onderwijzer zoowel als during van de les;
aanleg en lust, zoowel als talrijkheid der kinderen; meerdere of
mindere hulp en gelegen]\eid, zoowel als minder of meêr vacan-