Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
Waarom? Zijn die latjes nu gelijk of ongelijk?, Waarom?
3 p. is 1 p. meerder dan. . 2 p. is 1 p. minder dan ....
2 tf // 1 " » >' , , 1 // ff 1 // // ff ... .
Iffflff ff ff.. lp. ff gelijk aan........
Hoe lang is een latje, dat 1 p. langer is dan 2 p.?
!/ au» ff » 1 ff ff ff ff 1 p. ?
// ff ff ff ff ff 1 ff korter » u 3 p. ?
t! ff ff ff ff ff 1 ff ff ff ff 2 p. ? enz.
Welk latje is het kleinste van de drie? Welk het grootste? Hoe
lang is het middelste? Deze streep op het bord (men blijve on-
der de 4 p.) hoe lang, hoeveel palmen zou die zijn? meten!
telt! En dit streepje? meten!.... Ja, er is iets over, nu dat zul-
len wij ruim noemen. Wat beteekent nu een ruime maat? Maar
zegt eens de lengte van deze streep? (bijna 3 p.)
A. 2 Palmen, meester!
Meten!.... Ja, kinderen! maar er is bijna een palm over, dus
omtrent.... Ja; daarom zeggen wij: nagenoeg 3 palmen. Wat be-
teekent dus ruim 2 palmen? nagenoeg 3 palmen? enz.
Nu de verdere toepassing van de voorbereidende oefeningen
tot de getalleer van Pestalozzi, door Pkinsen, waaronder ook
de 9e en 10e gang, van 1 tot 3, op de maatstokjes van 1, 2
en 3 palmen.
Wanneer alzoo de oogmaat en het denkvermogen door deze
drie stokjes op velerlei wijzen geoefend zijn, dan eerst neemt men
er een vierde latje bij, n. 1. van 4 palmen.
Door vermeerdering met dit eene stokje heeft men een nieuwe
reeks van 10 oefeningen, door de 4 maatjes op dezelfde wijze als
de drie vorige te behandelen, op gelijke wijze de oog- en elle-
maat te beoefenen, met gelijke toepassing op strepen, leijen,
boeken en andere omringende voorwerpen, mits zij korter dan 5
palmen zijn, met gelijke overbrenging der 10 gangen van de
voorbereidende getalleer. Men ziet dus, niet overijlen, niet vlie-
gen, maar weinig, en. daardoor veel. Veel tot denken, veel tot
zien, veel tot opmerken, veel tot spreken, veel tot'aangenaam-
heid, en zoo alles tot vorming.
10*