Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
1
te letten hebben. En, hoe meer men daarin geoefend wordt, hoe
vlugger en vaster het oog, dat zintuig des gezigts, de hoegroot-
heid, veelheid of geringheid zal opmerken.
Daartoe dan hebben wij een bakje met lengtematen. De Ne-
derlandsehe el is de hoofdzaak, waarvan men uitgaat. Voorts
zijn er latjes van een, van twee, enz. tot 10 palmen, en met
deze maten is het, dat er veelvuldige, geregelde, aangename,
afwisselende oefeningen kunnen plaats hebben, die zoo eenvoudig
in aanvang zijn, dat men met kinderen van 3,4 of 5 jaren
zoude kunnen beginnen, en tot zulk eene zamengesteldheid opklim-
men, dat de achtjarige leerling er zijn deel in kan vinden. Het
hangt er van af, hoe men de zaak inrigt, aanvangt en voortzet.
Dit is zeker, dat, bij eene doelmatige zamenstelling der oefenin-
gen, het gezigt eene vlugheid en juistheid bekomt in de bepa-
ling der lengte, afstand of grootte, en het denkvermogen zulk
een duidelijke voorstelling en ontwikkeling verkrijgt, in hetgeen
wat eenheid, meerder of minder, veel of weinig, grooter of klei-
ner, lang of kort en zelfs de onderlinge verhoudingen aangaat,
dat er voorzeker in het gebied der aanschouwing geen geschikter
middel zal gevonden worden, om van al, wat ons omringt, met
vlugheid en naauwkeurigheid de helderste denkbeelden aan den
dag te leggen.
Wij wenschen de behandeling dezer maten bijzonder te doen
strekken tot eene toepassing der voorbereidende oefeningen van de
getalleer van Pestalozzi, waardoor ons als van zeiven de gang
der zaken aangegeven wordt. B. v. op de volgende wijze:
O. Om de lengte der dingen te weten, moet men meten.
Wil ik weten, hoe lang de school, de kamer, het goed is, dan
moet ik meten. Wat is nu meten? Hoe doet men dat?
De maat, die men tot meten gebruikt, heet lengtemaat. De
lengtemaat is dus, om te weten, hoe lang iets is. De voornaam-
ste maat, om de lengte te meten, is de Nederlandsche el.
Die el is de grondslag onzer maten, gewigten en munten,
dat wil zeggen: dat deze van de el afgeleid zijn, of dat hunne
maat naar die van de el berekend is.