Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
OOG- EN ELLEMAAT.
De ligchamelijke vermogens, die ontwikkeld moeteu
worden, zijn: de vermogens onzer vyf zinnen en
inzonderheid die vim iibt oog cn de hand.
De afmeting met pb oogkn cn dc vastheid der
hand ia de uitwendige grondslag van alle kansten.
Prstaxozzi.
Is het eene waarheid, dat al onze kennis gegrond is op de
werking der zinnen, cn dat daarvan Iieb gezigt zeker wel de voor-
naamste is; zijn die zinnen voor zeer veel oefening en ontwikke-
ling vatbaar, en wordt bijzonder door de oefening van het gezigt
ook het denkvermogen gevormd en verrijkt, veelvuldig in wer-
king gebragt en tot juiste begrippen geleid: dan gewis! zal het
voor den opvoeder wel een eerste pligt wezen, om voornamelijk
dien adelijken zin, hel gezigt, te scherpen, te ontwikkelen en veel
bekwaamheid te doen verkrijgen. Menigvuldig zijn voorzeker de
wijzen of manieren, waarop dit plaats kan hebben. N'u eens door
het leeren kennen der kleuren en hare schakeringen, dan wxder
door zulk eene beschouwing der voorwerpen, waarbij men van
het geheel tot de deelen en omgekeerd van de deelen tot het
geheel over gaat; nu eens door de ligging, dan weder door den
zamenhang daarvan te doen opmerken; maar niet het minst zal
dit wel kunnen geschieden door de uitgebreidheid, lengte, breedte
en hoogte der voorwerpen op te sporen en daartoe een bepaalde
maat aan te nemen, om de verhouding aan te duiden.
Alles in de natuur toch doet zich voor onder maat en getal^
dus, tot het verkrijgen eener heldere kennis van de voorwer-
pen, zullen wij voornamelijk op de uitgebreidheid en hoeveelheid