Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
Waar wordt 't gemaakt ? waarvan ? hoe komt men daaraan ? hoe heet
de plaats, waar 't gemaakt wordt? hoe de heer, die het.doet?
Geld wordt dus gemaakt van.....? Hoe ziet het koper er uit? hoe
het zilver ? 't goud ?
(Het best zal men aan 't doel beantwoorden, door de specie
waarvan gesproken wordt te laten zien; daardoor zal het onder-
scheid in kleur en grootte duidelijker worden.)
Waartoe dient nu het geld ? Hoe komt gij aan dien pet, kiel,
broek ? enz. En uwe ouders ? Welke gedaante heeft het geld ? vier-
kant? zijn al de stukjes rond? Nu zijt ge in staat, om te zeg-
gen, wat geld is. Wij zeiden: geld bestaat uit ronde stukjes goud,
zilver of koper, en dat men die gebruikt, om tegen goed te ver-
ruilen. — Past nu op!
Welk is het kleinste koperen geld-stukje? Hoe ziet liet er uit ?
Kijkt, hier heb ik er een. Wijst nu eens, hoe groot het is. Hoe-
veel halve centen doen een cent? welke kleur heeft een ojnt?
Hoe groot is hij? hoekig? Hoeveel halve centen heeft hij nu?
dus: (te gelijk) Een cent heeft twee halve centen.
Als gij, om een halven cent te besteden, een cent geeft, wat
krijgt ge dan terug? Hoeveel zijden heeft ieder geldstukje? Zegt
dit eens te gelijk:
leder geldstukje heeft twee zijden.
Hoe noemt men die? ja, voorzijde en keerzijde. Ook heeft
ieder geldstukje een rand. Waar is die?
Dus ook de cent en de halve cent. — Op de voorzijde van
den cent en van den halven cent staat de eerste letter van den
naam des Konings, de letter W. De eerste letter van een naam
noemt men naamletter. Deze naamletter staat tusschen het jaar-
tal , dat aanwijst, wanneer het geldstukje gemunt is, en boven
de naamletter, ziet maar, staat eene Koningskroon afgebeeld.
Waarom denkt gij? Welken naam geeft die letter te kennen?
Waarom ?
Op de keerzijde staat het wapen van ons land, van Nederland.
Ieder land heeft zijn wapen, dus ook ons land. Weet gij
nu, hoe ons land heet? Is dat grootor dan de stad? (het dorp?)