Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
Herhaling in een kort bestek.
Hoofdelijk en te gelijk, bij afwisseling.
Eene eeuw is 100 jaren, 1 vierendeeljaars is ... weken,
1 halve // u ...... " 1 t! // 91 dagen,
1 kwart H n ....... u 1 maand heeft ..... weken,
1 jaar is ...... halve // 1 » //..wekenof..dagen,
1 '/ // ...... vierendeeljaars, 1 week heeft ..... dagen,
1 // " ...... jaargetijden, 1 dag // ......... uren,
1 // heeft ... maanden, 1 uur // ......... halve uren,
1 // // ...... weken, 1 u » ......... kwartiers,
1 » // weken of .... dagen, 1 » // ......... minuten,
1 half jaar is ..... maanden, 1 half uur heeft .... kwartiers,
1 // » « ..... weken, 1 // // « ...... minuten,
1 vierendeeljaars is ... maanden, 1 kwartier // ...... «
1 jaargetijde is ........maanden, 1 minuut // ...... seconden.
NB. In de volgende Afdeeling der L. Klas wordt de zaak
meer uitgebreid. Zie het 2e deel.
d. MUNTSPECiëN.
De kennis der muntspeciën strekt zich bij de Aanvangs-afdee-
ling niet verder uit, dan tot naam, oorsprong, specie, waarde,
strekking en nut, gelijkheid en onderscheid van de pasmunten
en stamlpenningen. Genoegzame stof voorzeker, om er eene ver-
standsoefening van te maken. — Aldus:
Kinderen! als wij goed uit den winkel willen hebben, mogen
we dit dan maar wegnemen? Waarom niet. Piet! — En als ik het
deed, wat was ik dan ? gij! Is dat enz. (ZedeUjke strekking.)
Maar om dat goed te verkrijgen, wat moeten wij dan daarvoor
geven ? En als wij brood begeeren ? En als we vruchten wenschen ?
Geld — wat is dat?
Antw. Centen, en guldens en halve centen.
Ja. Zijn er meer? Waar groeijen die? Hoe komt men er aan?