Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
met bitsheid bejegent, doch weet te helpen; als men welgevallen
toont in de goede antwoorden, en ook den eenvoudige gelegen-
heid geeft, om goed te antwoorden.
Een lagehend wezen, een vriendelijk gelaat van den onderwij-
zer vermag veel. Van daar dat het bedroevend is, meesters voor
leerlingen te zien staan , als waren zij hun vijand, met een stuurseh,
hoog verheven gelaat, dat een afstand kenteekent, als de dag
van den nacht. Neen, niet alzoo! de stralen der liefde, die van
den onderwijzer uitgaan, doen wederliefde en opgeruimdheid in
de kinderharten ontvlammen. Dan eerst treft men doel, als zij
ons gaarne hooren,en wij hunne opmerkzaamheid weten te vestigen.
Dit geschiedt niet door schreeuwen, maar door den natuurlij-
ken , ongekunstelden toon; want schreeuwen verwekt wanorde en
komt nooit te pas; niet door strafbedreiging of loonbeloften,
want dit werkt voor een oogenblik: maar met een allen omvat-
tenden blik, met vuur en kracht. En, als wij dan bij ons gesprek
over het omringende acht geven op oorzaak en uitwerksel, de
stof, waaruit het bestaat, en waartoe de dingen aanwezig zijn;
of zij wel of niet te ontberen zijn; of ze met aanwezige dingen
overeenkomen of verschillen, bijv. in oorsprong, vorm, doel, nut,
aangenaamheid, deelen en ligging daarvan, in tijd, plaats, du-
ring, natuur- of kunstvoorbrengsel: dan zal het niet moeijelijk
vallen, de aandacht te boeijen, en met de geheele ziel tegen-
woordig te doen zijn. Men hoede zich voor te veel en te langdurig.
De stof ter behandeling komt allen voor, en is ieder bekend;
doch wegens de uitgebreidheid vordert zij leiding, en daartoe kan
het volgende dienen:
1. Al, wat het kind in de school omringt,
2. voedsel, drank, kleeding, of wat gemak aanbrengt,
3. al, wat het kind in huis kan zien,
4. al, wat het op straat wel ziet,
5. al, wat het in den tuin of op het veld eens zag,
6. boomen en planten,
7. wat wij hooren en. voelen kunnen,
8. wat zoet en zuur smaakt,