Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
V. de beenen. a. Be hovBtibeenen, regter en linker,
1. de billen, // u u
2. de dijen, u n «
b. Be onderbeenen.
1. De scheenen,» u »
2. de kuiten, u « »
3. de voeten. » n n
c. Be gewrichten, aan:
1. de heupen, regter en linker,
2. de knieën, » * »
3. de enkels, n « »
binnen en buiten.
Hierna herhaling van de geheele oefening.
NB. De 3 volgende oefeningen komen in de 2" Afd. der
Laagste Klas. Zie het deel.
b. omeingende voorwerpen.
De voorwerpen, die onmiddelijk de zinnen treffen, zijn het
meest geschikt voor 't aanvankelijk onderwijs, dewijl zij de op-
merkzaamheid trekken en het best naauwkeurig nagegaan kunnen
worden.
Intusschen kan de behandeling daarvan voor de kinderen aan-
genaam, maar ook vervelend wezen; vormend, maar ook een
louter gepraat zijn. Het komt er op aan, of men aller aandacht
weet gaande te houden, door tot de laagte der kinderlijke vat-
baarheid af te dalen, door de zaak een zeker gewigt bij te zetten,
door levendigheid en aangenaamheid in de voordragt, door kin-
derlijk zonder kinderachtig te wezen.
Kinderen spreken gaarne met den meester, althans als de regte
geest in de school heerscht; het kan niet anders, of het gesprek
over hetgeen zij zien, hooren of voelen, moet hun aangenaam
wezen, indien men maar niet op vervelenden, eentoonigen dreun
voortgaat; indien men niet op den duur vraagt, en blijft vragen,
waar men eigenlijk voorspreken of vertellen moest; indien men
de gebrekkige antwoorders, die toch hun best doen , maar niet