Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
linkeronderarm, en handen, ook regter- en linkerhand.
Komt, laten wij ons nu eens fiks oefenen in al de deelen van
de armen, achter en door elkander.
(Dit wordt gedaan.)
Waartoe dienen de handen? Wat heeft het gebruik ingevoerd,
om alleen met de regterhand te doen?
Nu zullen wij te doen hebben met een moeijelijk woord,
n. 1. de geiorichten. Hoe zeg ik dat woord?
K. De gewrichten.
O. Aan de armen hebben wij wel drieërlei gewrichten,
n. 1. schoudergewrichten, (Hij wijst.)
ellebooggeiorichten, id.
en handgewrichten. id.
Dat zijn moeijelijke woorden. In het uitspreken en wijzen daar-
van moeten wij ons goed oefenen. Na dit gedaan te hebben,
komt de onderscheiding van
de schouders, regter en linker,
de oksels, « U II
en de ellebogen, // // It
Zijn alle schouders aan elkander gelijk? (Er zijn breede, hooge
en smalle schouders.) Wat kunnen wij met de schouders doen?
Waar liggen de oksels ? (Onder de schouders, tusschen den romp
en de bovenarmen, in de holten.) Waar liggen de schouders?
Boven op de armen, ter zijde van den hals.) Waar is de regter-
oksel? de linkerschouder? enz. Men onderscheidt de ellebogen
in regter en linker. Waar zijn zij? (De buiging aan de binnen-
zijde van de armen kan men armbogen heeten.) Waartoe die-
nen zij? Wijst nu de Tlandgewrichten. Eegter? Linker?
Al die gewrichten nu verbinden de bovenarmen, voorarmen
en handen aan elkander. Welke gewrichten zijn tusschen de
schouders en de bovenarmen?
K. De schoudergewrichten.
O. Welke verbinden de voorarmen aan de bovenarmen?