Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
O. Welk deel? het achterste?
K. Be nek is het achterste deel van den hals.
O. Waarvan is het bovenlijf een deel?
K. Het bovenlijf is een deel van den romp.
O. Waarvan is het onderlijf een gedeelte?
K. Het onderlijf is een deel van den romp.
O. Wat is breeder, de romp of de hals?
/' * kleiner, n hals » n romp ?
/' ligt tusschen het hoofd en den romp?
« u « den hals en het onderlijf?
» " " het hoofd n « bovenlijf?
» !' hooger, het hoofd of de romp?
f! // // // // // // hals ?
" " u de hals of het bovenlijf?
/' » lager, «^ « n « hoofd ? enz. enz.
Nu hebben wij nog de ledematen te behandelen. Welke zijn
die? (Hij wijst ze.)
K. Be armen, de beenen.
O. Goed. De armen zijn de bovenste ledematen en daarmede
zullen wij dus beginnen. Waarvan zijn de armen gedeelten?
K. Van het ligehaam.
O. Goed, wijst en zegt dan eens: de armen zijn gedeelten
van het ligehaam.
K. (Zij doen dit.)
O. Wijst nu nog eens goed uwe armen, en zegt dan zacht,
te gelijk: de armen.
K. (Zij doen dit.)
O. Hebben alle mensehen twee armen?
K. Neen , meester! enz.
O. Steekt de armen op! regt uit! naar beneden! op! krom
boven het hoofd! krom voor de borst! mooi! mooi! Maar zegt
nu nog eens: hebben die armen ook deelen? Let eens op, hoe
wij de armen buigen kunnen. Hoe heet dit gedeelte?
K. (Zij zwijgen.)
O. Is dit deel boven aan den arm of onderaan?