Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
K. De schedel, het aangezigt, de zijden van het hoofd, reg-
terzijde en linkerzijde, en het achterhoofd.
O. "Wat groeit er rondom boven op het hoofd?
K. Het haar, meester!
O. Goed opgelet. Nu van elk gezegd, waarvan het een deel is.
K. De schedel is een deel van het hoofd.
Het aangezigt is een deel van het hoofd.
De hoofdzijden zijn deelen van het hoofd.
Het achterhoofd is een deel van het hoofd.
O. Best. — Wat is het voorste deel? het achterste? het bo-
venste? Welk deel zoudt ge willen missen? waarom niet? enz.
Waar is de regterzijde van het hoofd? enz.
Zoo, kinderen! hebben wij de voorname deelen van het hoofd
nagegaan, en weet gij nu nog wel, wat het tweede groote deel
van het ligchaam was? Wat volgde op het hoofd?
K. De hals, meester!
O. Welnu, de deelen van den hals, wie zal die opnoemen?
Niemand? dat is te weinig. Ziet eens, den geheelen omtrek,
hoe heet die?
Ê. De hals.
O. Nu, het achterste gedeelte van den hals is de nek. Wijst
en zegt hoe de naam is.
K. De nek. (En het voorste deel de voorhals^
O. Eerst hadden wij het hoofd, daarna den hals; wat volgt nu ?
K. De romp.
O. Goed gezegd. Dien romp nu verdeelt men voornamelijk
in twee deelen. Het bovenste gedeelte van den romp heet.,..?
K. (Zij zwijgen.)
O. Het bovenlijf. Zegt en wijst dit.
K. (Zij doen het.)
O. En het onderste gedeelte van den romp heet....?
K. Het onderlijf.
O. Zegt nu nog eens: waarvan is de nek een deel?
K. De nek is een deel van den hals.