Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
O. Nu nog eens de opvolging te gelijk herhaald.
K. (Zij doen bet, en daardoor zal het hun waarschijnlijk wel
zeer goed bekend zijn, waarom men overgaat tot de)
TWEEDE OEFENING.
vookname deelen dek 5 hoofddeelen.
O. Kinderen! wijst en zegt me nog eens, wat we al van het
ligchaam geleerd hebben; gelijk spreken, op den wenk af; nu!
Ä. Het Jioofd, de hals, de romp, de armen, regter arm en
linkerarm, de beenen, regterbeen en linkerbeen.
O. Goed opgepast. Nu gaan we verder en zullen wij op de
kleinere deelen van ons ligchaam letten. Allereerst dan spreken
wij over het hoofd. Wat is het bovenste gedeelte van het hoofd?
(aanwijzende.)
K. (Zij zwijgen.)
O. Be schedel. Wijst en zegt dit te gelijk:
K. Be schedel.
O. Hebben alle menschen een schedel?
K. Ja, meester!
O. Zeker, zonder twijfel! want die is zeer noodzakelijk. Maar
hoe heet dit? (Hij wijst met beide handen het aangezigt.)
K. Het gezigt, meester!
O. Neen! het gezigt eigenlijk niet, dat ziet meer op de oogen,
maar wel het aangezigt. Wijst en zegt dit te gelijk:
K. Het aangezigt.
O. Dat zijn al twee deelen van het hoofd, n. 1.:
K. Be schedel, het aangezigt.
O. Wie weet, welk deel van het hoofd nu volgt?
K. (Niemand.)
O. Ziet eens, hoe heet dit? (Hij wijst de zijden.)
K. (Zij zwijgen.)