Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1(1
De armen kan men opsteken.
Hf, ,/ f laten dalen,
nu « H vooruit steken,
u // // krom, huigen y enz.)
O. Maar, ziet eens! die beweegbare deelen, hier onder den
romp: hoe heeten die? (Hij wijst aan.)
K. De beenen.
O. Goed gezegd. Nog ééns; gelijk:
K. De heenen.
O. Hoeveel beenen hebben wij wel? telt eens, terwijl gij het
aanwijst.
K. Een, twee.
O. Zegt nu eens: ieder mensch heeft twee beenen.
K. (Zij zeggen en wijzen dit. Ook: ik heb twee heenen.)
O. Prompt. En hoe noemt men dit been?
K. Begterbeen.
O. En dit? (Hij steekt het andere been op.)
K. Linkerheen.
O. Zegt nu eens: ieder mensch heeft een regter- en een linker
been,
K. (Zij doen het. Ook: ik heb een regter- en een linkerbeen.)
O. Hebben viervoetige dieren ook maar een regterbeen? enz
Knap gedaan! knap gedaan! Visehjes ook?
Nu zullen we nog eens herhalen, wat we gehad hebben.
Aanmerking. Bij dit volgende van de eerste oefening zegt de
onderwijzer niets meer voor en wijst hij ook niets meer aan.
De kinderen behooren nu alles zeiven te weten.
O. Wat was het eerste? maar zegt alles goed gelijk en wijst
het terwijl goed aan. Nu!
K. Het hoofd.
O. Het tweede?
K. De hals.
O. Daarna?
K. De romp.