Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
I. VEESTANDSOEFENINGEN EN ALGEMEENE
KUNDIGHEDEN.
a. het ligciiaam.
Het is ons altijd voorgekomen, dat het Bock der moeders van
Pestalozzi een der geschikste middelen bevatte, om de vermo-
gens der kinderen te ontwikkelen, de opmerkzaamheid te oefenen
en een geregelden grondslag tot verdere opbouwing daar te stel-
len, zoodanig zelfs, dat he^jf-zelden door andere daarin geëven-
aard zal worden.
Is het een eeuwige waarheid, dat alle goed onderwijs van
aanschouwing moet uitgaan; dat alle ontwikkeling met het be-
kende moet aanvangen, om tot het onbekende geleidelijk op te
klimmen; met het gemakkelijke moet beginnen, om tot het moei-
jelijke te geraken: dan kan het wel niet anders, of men zal zich
moeten bepalen allereerst tot datgene, wat het meest in onze na-
bijheid is, cn wel liever, zooals het in de natuur bestaat, dan
bij afteekening.
En nu, wat is ons nader dan het ligehaam, wat natuurlijker
en tevens zoo opwekkend, wat eenvoudiger en toch zoo heerlijk
zamengesteld, wat zoo dienstbaar en tevens zoo schoon, als ons
ligehaam? En, hetgeen meer zegt: waarbij hebben we meer belang?
Of is het niet nuttig, bekend te worden met de leden van het
ligehaam, met de zintuigen, en al, wat men in acht moet ne-
men, om een krachtig wel ontwikkeld ligehaam te verkrijgen?
Welk voorwerp der natuur bevat zooveel stofs tot het leeren op-
merken, denken en spreken? Wat geeft meer aanleiding tot aan-
gename behandeling, zoowel als tot geregelde vorming, onmerk-
bare opklimming en veelvuldige oefening? Is het niet een ge-
heel, zamengesteld uit een verbazend aantal verschillende deelen,
die tot onderscheidene einden strekken, daartoe juiste plaatsing
hebben, in meerder- en minderheid aanwezig zijn, en weOr onder-
verdeelingen aanbieden? Wat al stofs tot gesprek: de deelen, het