Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
167
(lelraalige wind, 4. Frissclie koelte, 5. Sterke of harde wind,
6. Huilende wind, 7 Stormwind en 8. Orkaan.
Wat zijn rukwinden? Tot welke dezer acht soorten behooren
zij? — Een gesprek met dc kinderen, over hetgeen elk dezer
winden kan veroorzaken, zal veel stofs tot nuttig spreken opleveren.
Er zijn ook draai- of dwarlwinden, en windhoozen. (Nu en
dan heeft er, zelfs bij windstilte, een snel- en kogelvormig
draaijen van de lucht plaats, waardoor stof, drooge bladeren,
en andere ligte voorwerpen in een ronddraaijende beweging wor-
den opgevoerd. Men noemt zoodanige winden wervelwinden-;
ook wel draai- of dtcarlwinden.
De water- of windhoozen bestaan in een trechtervormige zuil,
die zich met gedruisch van de wolken naar de aarde uitstrekt.
Somtijds echter verheft zij zich van de aarde, gaat van de eene
naar de andere plaats voort, zich bestendig schroefsgewijze om-
draaijende.
Zij rigten dikwijls de grootste verwoestingen aan. Zij ont-
wortelen de zwaarste boomen, keeren schepen om, rukken daken
van huizen of kerken af, en voeren die op verren afstand, enz.)
8. versjes leeren en zingen.
Dit heeft op gelijke wijze als in de Aanvangs-afdeeling plaats,
en vordert dus geen bijzondere behandeling.
In mijne school gebruik ik daartoe:
J. Spaan en J. £. Schmitz , 1« en 2o 16tal tweestemmige
kinderliederen, benevens geschrevene (hier en daar uitgezochte)
zangstukjes.
9. veetellen.
Ook dit gaat als in de Aanvangs-Afdeeling op gelijke wijze
voort. De verhaaltjes moeten iets grooter en voller zijn, doch
blijven altijd kinderlijk, eenvoudig en leerzaam; oefenend voor
het hart zoowel als voor het verstand en geheugen.