Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
opmerken, dat die onzigtbaar is, en toch in beweging en voel-
baar kan zijn , als ook, dat die voortstrooming, of beweging der
lucht wind heet.
Verder hoe nuttig die wind is voor den groei van planten
en dieren, voor de scheepvaart, luchtzuivering, rivieren, ver-
breiding der wolken tot over de verste landen, om ook daar
den grond te besproeijen. De wind verkoelt bij hitte, en droogt
na langdurigen regen het aardrijk; ook brengt hij vele werktui-
gen in beweging, als: olie-, zaag-, vol-, water-, korenmo-
lens, enz.
Voorts doet men begrijpen, dat 't voor schippers bijzonder
noodig is te weten, van welke zijde de wind komt, anders
gezegd, welke wind er waait, en dat wij, als de zon schijnt,
's middags ten 12 uur, met den rug naar de zon staande, vóór
ons het Noorden hebben, aan de regterzijde het Oosten, links
het Westen, en het Zuiden achter ons.
Ook dat de zon niet altijd schijnt, en daarom de schipper
een streekwijzer, of kompas heeft, waarop eene naald is, die
altijd naar het Noorden wijst. Zulk een streekwijzer worde af-
geteekend, en daarop aangetoond, hoe 16 streken ontstaan
kunnen. Deze streekwijzer kan nageteekend worden, ofschoon
het aantoonen dier rigtingen in de school rondom het kind
ook zeer geschikt is, en men best doet, beide te vereenigen.
De Noordewind, die over sneeuw en Ijsschotsen komt, is koud;
de Oostewind, die over een' groote uitgestrektheid vastland
waait, is daardoor droog en warm in den zomer, maar in den
winter droog en koud; de Westewind, die over de uitgebreide
vlakte van den oceaan komt, voert regen aan, is dus des zomers
vochtig koel, maar des winters vochtig warm; de Zuidewind
brengt ons de warme luchtsgesteldheid van de heete, zuidelijke
landen aan.
De onderscheiding der winden heeft niet alleen plaats naar
de streek, waaruit zij waaijen, maar ook naar de meerder' of
mindere snelheid der beweging.
Zoo onderscheidt men: zochten wind, sterken wind, storm-
wind en orkaan. Nader zijn er:
1. Luchtjes of togtjes, 2. Zachte of zwakke wind, 3, Mid-