Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
160
stegen? enz. En, als wij de stad uitgaan, waar moeten wij
dan door? Noem eens eenige Stadspoorten, (of hekken) Zijn
er nog andere poorten? Noem eens eenige vesten? Wat is er
achter die vesten? Zouden er overal Singels zijn? overal wal-
len? Wist gij 't niet? Neen, kinderen!" die vindt men niet
overal, althans daar niet, waar slechts weinige huizen zijn, en,om
dit nu goed te weten, heeft men dxiaraan verschillende namen
gegeven. Zoo noemt men vele huizen, met wallen en poorten
omringd, eene stad. Wat is nu eene stad ? gij ? en gij ? zegt 't .
nu eens te gelijk ?
Eenige huizen ■ met een of meer herhen is een dorp. Daarom
zijn dan ook geene singels, geene vesten, wallen, of muren.
Wat is nu een dorp? Wat eene stad? Waarin komen zij over-
een ? Waarin verschillen zij ?
Eene stad, kinderen! waar wij geboren zijn, heet vaderstad,
Noem elk uwe Vaderstad eens. Zoo hoort gij, kinderen! dat
er vele steden (ook dorpen) zijn, H. noemde Amsterdam, P.
sprak van Haarlem, G. van Alkmaar^ en gij van IIoo,'n, Ja,
zoo zouden er nog meer steden en ook dorpen opgenoemd
kunnen worden, die wij te zamen eene Provincie noemen.
En zoo zijn er nog vele Provinciën. De onze heet Noord-
Holland, Daarvan is de voorname stad, die men daarom
Hoofdstad heet, waar ook de Commissaris des Konings woont,
Haarlem, Dus: Haarlem is de Hoofdstad van Noord-Holland,
Wie kan dit zeggen? Wat is nu Noord-Holland? Haarlem?
een dorp? eene stad? vaderstad? hoofdstad?
Waar zijn wij nu ? In welke straat is de school ? Zijn er
meer scholen in de stad? Welke? Waar? Als ik deze straat
uitloop: waar kom ik dan ? en daarna ? Hoe loopt gij van uw
huis naar de school? Jan, noem de straten, stegen en grach-
ten, die gij ontmoet, bij uw naar huis gaan? Welk onderscheid
is er tusschen steeg en straat? Als wij van hier naar de Groote
Kerk gingen, hoe zouden we dan moeten loopen? Eerst de
mooiste weg? Nu de naaste weg? enz. Zijn er ook markten
in de stad? Welke? Waar? AVat verkoopt men daar? enz.
Kent ge nog meer pleinen? enz. Hoe noemt men de groote
deelen der stad? Hoeveel wijken zijn er? Waar is elk? enz.
Op deze of dergelijke wijze wordt de Aardrijkskunde voor-