Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
159
Behalve cirkelrond is er nog ovaal-, of langwerpig- (i) en
eirond, (j) Hoe is dat.? Door een stuiter of knikker met een
cent te vergelijken, komt men van zelf tot de onderscheiding
van platrond en bolrond.
Bol is een rond ligchaam, wiens punten aan den omtrek
allen even ver verwijderd zijn van het middenpunt.
Ook is er nog de cilinder, of rol, die in molens, uurwerken
en machines voorkomt, (k)
De as van een bol is de diameter, waarom hij draait.
De einden der as heet men polen.
Na dit alles behandeld te hebben, zal de tijd wel daar zijn,
waarop de kinderen tot de Middelste Klas kunnen overgaan,
alwaar zij de Vormleer meer uitgebreid, als in een tweeden
cursus behandelen, waartoe de Heer Peinsen, in een manus-
cript aan de Kweekeling-onderwijzers een voortreffelijk werk
geleverd heeft. — Ook zijn er in 1858 verscheidene geschikte
werkjes daartoe uitgegeven.
6. VOOEBEEEIDENDE AAEDETJKSKUNDE.
Dat de allereerste beginselen der Aardrijkskunde reeds in de
Laagste Klas t'huis behooren, is zeker, maar slechts als ver-
standsoefening, als oefening van opmerkzaamheid en bekend-
making met het omringende. Dus niet volgens wetenschappelijke
beoefening, of door middel van kaarten, maar als middel tot
aandacht en nadenken.
Men late opnoemen straat, steeg of gracht, waar de kinderen
wonen, wat daaromheen is, de voornaamste straten, stegen en
grachten, de voornaamste gebouwen, als: kerken, scholen,
hofjes, raad- en regeringshuizen; de merkwaardigste zaken, als
standbeelden enz. Bijv.:
Waar woont gij ? Welke straat (steeg of gracht) is daar digt
bij? Kunt gij meer straten opnoemen? Ook grachten? ook