Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hierop volgen
157
de Vierlioelcen,
Onder leidend gesprek komt men tot het volgende:
1. Kwadraat, een vierhoek, die 4 regte hoeken en 4 ge-
lijke zijden heeft, (c 1)
2. Kegthoek, een langwerpige vierhoek, wiens hoeken allen
regt zijn. (c 2)
3. Scheefhoekige vierhoek, die geen regten hoek heeft en
2 aan 2 gelijke, evenwijdige zijden, (c 3)
4. Euit, scheefhoekige vierhoek, die geen regten hoek heeft,
maar wel 4 gelijke zijden, (c 4)
5. Trapezium, een vierhoek, waarvan 2 zijden evenwijdig
zijn. (e 5)
Een regthoekig trapezium heeft 2 regte hoeken,
maar een scheefhoekig heeft geen regte hoeken,
(c 6)
Vervolgens laat men een vijfhoek, zeshoek en meerdere
veelhoeken beschouwen en benoemen, en gaat daarna over tot:
DE KROMME LIJNEN.
Wij hebben vroeger gezien, dat er zijn regte en kromme lijnen.
Kromme, zeiden we, zijn zulke, wier deelen telkens van
rigting veranderen.
Er zijn vele soorten van kromme lijnen, al naarmate de
rigting verandert.
Dit is anders, dan bij de regte lijn, dewijl er maar eene
lijn is, welker deelen in dezelfde rigting voortgaan, die regte
lijn heet; maar krom noemt men (zie d 1, 2, 3.)
Voornamelijk onderscheidt men de kromme lijnen in 3 soor-
ten, (d 4, 5, 6)
1. Kromme lijnen, of bogen.
2. Golf- of slingerlijnen.
en 3. Spiraallijnen. —
De tweede heeten naar de bogtige voortvloeijing van een
stroomend water; de derde zijn zulke, die in eene krul zich
al meer en meer van het aanvangspunt verwijderen. —