Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
155
DERDE GEDEELTE.
nOEKEN EN FIGUREN MET REGTE LIJNEN.
a. hoeken.
Wanneer twee lijnen elkander in een punt ontmoeten, (dat
dus alleen met ongelijkloopende kan plaats hebben) dan vormen
zij een hoek.
Een hoek is alzoo de ruimte tusschen 2 lijnen, die elkander
snijden. De beide lijnen noemt men beenen.
Naardien de beenen regt of krom kunnen zijn, bestaan er
regtlijnige en kromlijnige hoeken.
Nu spreken wij van de regtlijnige hoeken.
Als de beenen van een hoek zoo ver van elkander zijn, dat
het eene regt, regtstandig, op het andere staat, dan vormen
zij een regten hoek.
Dus ontstaat een regte hoek, wanneer eene loodlijn eene
waterpaslijn ontmoet; maar, daar de stand van den hoek niets
afdoet tot dit regt zijn, en alzoo ook schuine lijnen een regten
hoek kunnen vormen, schrijve men, om dit te verduidelijken,
een cirkel op het bord, verdeele dien, door het middenpunt
heen, in vieren, en doe opmerken, hoe de regte hoek ont-
staat, en in verschillende standen kan voorkomen.
In alle gevallen blijft het waar, dat:
Een regte hoek is de ruimte tusschen 2 lijnen, die regt op
elkander staan, (a 1)
Het punt, waar de lijnen te zamen komen, heet toppunt, of
top van den hoek, en de grootte of ruimte van den hoek is
het vlak tusschen de beenen.
De meerdere of mindere lengte der beenen doet daar niets
toe, immers van het hoekpunt af, wordt de grootte van den
hoek berekend.
Naardien de helling der beenen tot elkander meerder of
minder kan zijn, ontdekt men spoedig, dat er ook andere dun