Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
i4y
Vijf lijnen, (b 4)
1. Vijf lijnen kunnen regt zijn.
2. U M tt krom *f
3. Van 5 // tt 4 regt en 1 krom zijn
4. tt ^ if tt 3 // 2 tt tt
5. tt 5 f' // % tt tt 3 # tt
6. ff 5 * » 1 «r ^ 4 tt tt
Zoo ziet men, dat het aantal van alle mogcl^ke ^evalleo altyd
1 meerder is, dan het aantal gegevene lijnen.
De bepaling, die de kinderen van regte en kromme lijnen
geven, is:
Een regte lijn is de kortste afstand tusschen 'twee punten.
Een kromme * // niet de-/ * i? *
Of; ecu kromme lijn verandert telkens van rigting.
c. Lijnen in vergelijking van den stand.
Als 2, of meer regte lijnen, verlengd worden, en toch even
ver van elkander blijven, dan zijn zij evenwijdig (parallel), dat
is: even wijd, overal op gelijken afstand van elkander. Dit
noemt men ook, dat zij gelijk loopen, d. i.: op gelijke wijze
voortgaan, bijv. (c 1)
Als 2, of meer regte lijnen, bij verlenging, elkander ont-
moeten, of snijden, dan loopen zij ongelijk, en heeten dus on-
gelijkloopend. Zij zijn alzoo niet evenwijdig, (c 2)
Als 2, of meer regte lijnen, bij verlenging, écne lijn vor-
men, dan zegt men, dat zij in dezelfde rigting, dat is: in eene
rigting loopen, (c 3)