Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
b. Beschouwd naar den vorm, of de gedaante.
Door eenige lijnen van verschillenden vorm door of naast
elkander te schrijven, zal men het regt en krom daarvan al da-
delijk opmerken. Men leere den kinderen, dat de lijnen regt
zijn, als de deelen in dezelfde rigting voortgaan, en krom,
als de deelen telkens van rigting veranderen.
Er zijn dus regie en kromme lijnen, (b)
Uit eenige figuren late men zeggen, wat de regte en welke
de kromme lijnen zijn. Voorts late men van de omringende
voorwerpen de regte en kromme lijnen opgeven, en doe verder
opmerken, dat de acht gevallen van verlengen en verkorten
der regte lijn ook op de kromme lijn toepasselijk zijn. Zie (b).
c. Beschouwd naar de ligging, of den stand.
Een regte lijn wordt overeenkomstig hare ligging genoemd:
WaterpasUjn, naar het vlak van een stil water;
Loodlijn, naar de regtstandige rigting van een lijntje, of
touwtje, waaraan bijv. een stukje lood hangt;
Schuine lijn, naar de rigting, die van de vorige standen
afwijkt (zie c), dus: die niet waterpas of lood-
regt is.
Nu vormt men van de 3 soorten eenige zamengestelde figu-
ren, en laat daarvan zeggen, welke lijnen loodregt, waterpas,
of schuin zijn. Ook deze lijnen late men aan de omringende
voorwerpen opzoeken. —
De regte lijn is nu genoegzaam beschouwd, en daarom ga
men tot twee en meer lijnen over. Wij volgen hier denzelf-
den gang, als bij de enkele lijn, n.1.: a de grootte, of lengte,
b den vorm, of de gedaante, en c den stand, of de ligging. —